Hoe onverwerkt verleden en tekortdenken fnuikend zijn voor een relatie
Anno 2015 is onderstaande analyse alleen nog relevant voor zover ze me heeft geholpen de beschreven relatiebreuk te verwerken. Inmiddels heeft een 93-jarige levenswijze vrouw me laten zien hoe ik de positieve ervaringen uit de relatie voorrang kan geven: de gezelligheid, in het bijzonder tijdens vakanties, de aandachtige seks en het besef dat Ida haar best deed naar vermogen; met andere woorden: Ida en de relatie met haar in mildheid te bezien. Anno juli 2019 kan ik de woorden die ik hierboven opschreef voor het eerst verinnerlijken (dus nog vier jaar later dan ik ooit dacht): de relatie was goed zoals ze was en ik had haar niet willen missen, ondanks dat ik haar het best na mijn eerste verjaardag samen, had kunnen beëindigen.
Eindelijk een echte relatie en iemand om van te houden. Niet meer dat gestuntel van een paar maanden of het najagen van een vruchteloze verliefdheid. Dus zette ik mijn profiel op een relatiesite. De eerste drie maanden waren gratis, een mooie tijd om wat te daten en te schaven aan mijn presentatie.
Het profiel was kort en het idee stamde nog uit de tijd van de mini-contactadvertenties. Goed om jezelf in de etalage te zetten in één enkele zin. Goed om te leren pitchen wie jezelf bent. Aan dat korte profiel had ik wel zo’n tien jaar geschaafd voor ik ermee de boer op ging. Ik moest een kleine, maar goed zichtbaar gebrek verkopen alsof het een meerwaarde had. En dat kan ook het ook hebben: het kan zowel in positieve als in negatieve zin bijdragen aan je identiteit. Je kunt de slachtofferrol kiezen, maar ook “bewijzen” dat het je heeft gesterkt in het leven. Maar hoe omschrijf je dat in een paar woorden? Ik besloot kwetsbaar te zijn: “ïk heb een typisch loopje en een dito oogopslag, maar jij mag ook jezelf zijn, inclusief beperkingen. Als je maar spontaan en openhartig bent.”.
Germanofiel
De annonce en het profiel, hoe doordacht ook, leverden lange tijd niets op. Pas toen de eerste reactie kwam, bleek dat ik een foutje had gemaakt bij het invullen. Daardoor leek het alsof ik in Duitsland woonde. Nu ben ik Germanofiel, maar woon al dertig jaar in Utrecht. Toch had Ida de stoute schoenen aangetrokken en geschreven.
Onaantrekkelijk
Mijn moeder, die toevallig op bezoek was, vond de brief en legde hem op mijn bureau. “Van Ida”, zei ze. Ik kende al sinds de kleuterschool een zekere Ida, maar waarom zou zij me schrijven? Bij opening viel er een zwart-witfoto van een mij onbekende vrouw op mijn bureau. Lang haar, lang, smal gezicht, een grootste lach met mooie tanden en ondanks dat, op het eerste oog ronduit onaantrekkelijk.
Knutselwerk
Uit de envelop kwam nog meer een zelfgemaakte kaart met een prins op het witte paard, een prinsesachtig figuurtje met het zwart-witgezicht erboven. Het gezicht van de prins was bedekt met een getekende, gesloten helm, waarin alleen ogen te zien waren. Mijn ogen, zag mijn moeder. “Wat moet een vreemde vrouw met jouw ogen?”. Ze klonk alsof ze een concurrente wilde verslaan en ik vond het knap hoe ze zonder meer mijn ogen herkende. “Van Internet gehaald”, meende ik. Ik vond de vreemde vrouw niet mooi en het knutselwerk vooral kinderlijk naïef. Dat mijn nichtjes zoiets maken om een jongetje uit hun klas een aanzoek te doen, OK, maar een vrouw van 40?
En toch vond ik dat ze een kans moest hebben; hoeveel reacties zou ik binnen mijn gratis drie maanden nog krijgen? En ik wilde eindelijk ook eens een echte relatie. En misschien was Ida wel heel leuk.

Ik zie in haar kennismakingstekst bij herlezing iemand die rusteloos is met een kinderlijke knutselwoede en dito naïef. Het tweede viel me meteen op, omdat Ida op dat moment bijna 41 was; de drukte in haar tekst deed bij mij geen lampje branden. Wat me nu ook opvalt is dat ze wel over zichzelf schrijft wat ze allemaal doet, maar niet wie ze is. En precies die omissie is haar aandeel in het stuklopen van de relatie gebleken.
Ida noemt zichzelf creatief en dat is ze misschien wel, maar niet origineel. Ze combineert met een toespeling op de naam “Arthur”, de “prins, “king” op het witte paard” en de “prinsessebruid” als Sneeuwwitje, maar liefst drie cliché’s. En hoewel ik het nooit hardop gezegd heb, moet ze geweten hebben dat ik weinig bewondering had voor haar creatieve werk. Sterker nog: het idee om haar prachtige billen te laten gipsen kwam van mij en de heerlijke hartvorm staat bij mij thuis. De kuiltjes erin, zijn op de foto helaas minder goed te zien.

Het contrast is des te schrijnender, omdat mijn moeder een amateurkunstenares is aan wie een talent verloren is gegaan.

Ché met in potlood en textiel met afgesneden handen terwijl dat nog niet algemeen bekend was (1990).

En hier de variant die Ida erop maakte: mijn moeder omringd door de kleinkinderen en inderdaad: enkele geaccentueerde gezichtstrekken, maken dat het enigszins lijkt. Waarschijnlijk overgetrokken. Met aandacht gemaakt en ingelijst ter ere van mijn moeders verjaardag. Het misstond tussen de schilderijen en tekeningen die moeder zelf gemaakt had. Nu hangt het bij mij achter een gordijn, omdat ik niet om over mijn hart kan verkrijgen om het weg te doen. Het is toch een aandenken dat in al zijn lelijkheid af en toe per ongeluk te voorschijn komt. De bril die mijn moeder op het haar heeft staan, zeer karakteristiek, dat is een bijzondere observatie, temeer ze elkaar niet vaak zagen en alleen al genoeg reden om het schilderij te bewaren. Voor mij maakte ze ter gelegenheid van mijn eerste verjaardag die we samen waren een geglazuurd bord met twee figuurtjes in omhelzing en mijn geboortedatum erop, Het heeft tot relatie-einde uit beleefdheid in de keuken gehangen. Het zit nu tussen mijn stapel serviesgoed en duikt zo eens per jaar per ongeluk op als pizza-bord. Ik bewaar het omdat ik meer dan 7 jaar geprobeerd heb om van haar te houden, maar evenals het schilderij van en voor mijn moeder vind ik het verpletterend lelijk.
Ida lijkt dit soort cadeau’s vooral te maken om zichzelf te plezieren met als aanleiding een verjaardag of een feest. Eerder maakte ze ongevraagd een “koeienschilderij” voor een bevriende veearts. Ook dat kreeg geen (prominente) plek iets wat haar wel degelijk teleurstelde. Ze zag geen waardering voor haar creatieve inspanning.
Ida’s kunstzinnige uitingen overtreffen zelden het niveau van een kindertekening; kunnen op z’n best gelden als vingeroefening of voorstudie en zijn altijd onaf, waarvoor ze desondanks complimenten verwacht van de ontvanger.
Messcherpe kritiek
We spraken af in Bemmel bij een poëzie-manifestatie. Uit een Google-rondje blijkt dat onze eerste ontmoeting op 29 maart 2003 moet hebben plaatsgevonden. Een programma met allemaal amateurschrijvers en in mijn ogen niet veel soeps. En dat zei ik ook. De manier waarop kwam bij Ida niet goed over. Bot, zoals ik kan zijn en wat ikzelf zie als “handhavingsgedrag”. Daarmee heb ik mezelf leren beschermen tegen onbehouwen opmerkingen over mijn “typische gang” en oogopslag. Ik geef en pareer kritiek messcherp en precies geformuleerd, waardoor er geen ontkomen aan is. Het is vaak nergens voor nodig en met mildheid maak je meer vrienden. Het is een gewoonte geworden. De scherpe toon van mijn kritiek op de kwaliteit van de voordrachten viel helemaal verkeerd. Hoewel het gezellig was geweest, stapte ze zonder afscheid of vervolgafspraak in de auto en was weg. Ik vreesde dat het bij één enkele ontmoeting zou blijven.
Lucky Luuk
Toen ze me tegemoet liep vond ik haar ronduit lelijk. Lang en mager, 61 kilo bij 1,78 m., lang afhangend donkerblond haar met dode punten en pluizen dat haar gezicht nog langer maakte dan het al was. Als ik in de zaal opzij keek viel me op dat ze en profiel nog het meest leek op stripfiguurtje Lucky Luuk. Toen ze later een stuk steviger en ronder was geworden als gevolg van mijn kookkunsten en het goede leven, maakten we grapjes over mijn aanvankelijke associatie met Lucky Luuk, want ik zag het helemaal niet meer terug. Bij haar jongere broer wel, maar die leek qua kinlengte en stoppelbaard tegelijk ook nog op de Daltons ook.
Koningskinderen
Toch kwam er een tweede ontmoeting van: ik had haar een variant op het gedicht van de twee Koningskinderen, die elkaar zo liefhadden gestuurd. Dat hielp en zo zaten we een paar weken later in het Koningstheater in Den Bosch bij liedjeszanger Alex Roeka. Hij moet me erg romantisch gestemd hebben, want ik heb de hele avond Ida’s grote slanke rechterhand vastgehouden, zodat ze niet eens kon applaudisseren.
Blanke negerin
Ik drukte er mijn behoefte aan warmte en aandacht mee uit, maar zat daar om een relatie te beginnen. Maar met handjevrijen wilde ik helemaal niet aangeven dat de liefde beklonken was. Ondanks de uitglijder in Bemmel leek ze me wel leuk te vinden, want ze liet het toe. Ik vond haar nog steeds niet mooi, maar ze had nu kleding aangetrokken die minder verhullend was. Toen ze in de pauze richting het toilet heupwiegde, zag ik dat ze ondanks haar 61 kilo, de mooiste hooggedragen ronde billen had op prachtige lange benen, die ik me maar kon voorstellen. Het leken haast borsten in hartvorm. Later ben ik erop gaan letten;, op straat en in winkels. Een dergelijk perfect minirokfiguur komt zelden voor en dan nog alleen bij lange zwarte vrouwen. Eigenlijk zag ik ineens een blanke negerin in Ida met haar ronde vormen, volle lippen en grootse lach. Lucky Luuk zag ik ook nog wel eens als ik naast haar in de auto zat, maar eigenlijk was ik verkocht. En Ida wilde wel.
Naïeve kunst
Bij het afscheid gaf ze me iets, waaruit bleek dat ze eerder goed naar me geluisterd had: drie miniflesjes Calvados in een kistje meegenomen met een kaartje erbij. Heel lief, maar er stond een gevaarlijke tekst op voor de slechte verstaander. Ze schreef: “Voordat je mij verslindt, zul je je dorst eerst op een andere manier moeten lessen….” Ida. Impulsief gedrag dat ook een kenmerk van Borderline is, maar dat wist ik toen nog niet. Ze deed het vaker. Met Sinterklaas van dat jaar kreeg ik een beschilderde afdruk van haar bescheiden linkerborst met een sigaartje gestoken op de plek waar normaal een tepel zit. Ida ten voeten uit: eerder gevaarlijk naï
ef dan creatief of smaakvol. Zolang de relatie duurde had ik in de keuken een aardwerken bord hangen waarin ze zelf twee rose mensfiguurtjes had geglazuurd en gebakken die elkaar zittend omhelsden met onze namen erbij. Aandoenlijk onbeholpen gemaakt en onbeschrijflijk lelijk. Om niet kritisch te hoeven zijn, heeft het jaren onbekeken en onbemind een plek gehad achter de keukendeur. Ik was dolblij het tussen de stapel borden in het keukenkastje te kunnen schuiven.

Huisvlijt
Bij Ida thuis was een slaapkamer ingericht als crearuimte. Ze vond zichzelf kunstzinnig; ik heb er nooit meer in kunnen zien dan huisvlijt, waarvoor ik nog vaak de ideeën leverde. Toen ze later de opleiding Culturele en kunstzinnige vorming ging doen op HBO, niveau liep ze met haar creatieve vermogens tegen de lamp. De originaliteit onbrak, ze werd vooral theoretisch goed bevonden. Tekenend voor Ida’s progressie is misschien wel dat ze aan het eind van haar opleiding met vilt werkt en lucifersdoosjes nodig heeft voor haar afstudeeropdracht. Beide materialen die ik vooral associeer met volksvlijt en niet met kunst. Kunstig gemaakt, dat kun je er op z’n best van zeggen.
Taboes
Warm en openhartig stond in mijn profiel, beide bleek ze niet te zijn, waarbij de warmte vooral ontbrak naar mijn familie en de openhartigheid naar mij. Dat laatste is haar deel van het mislukken van de relatie. Ze vertelde als snel dat ze midden jaren negentig negen maanden “gedragstherapie” had gevolgd in dagsessies, een volledige baan, leek mij. De dagtherapie was vanwege Anorexia waaraan ze in die tijd leed. Haar streefgewicht was 45 kilo. Dat haalde ze niet, omdat haar anders de behandeling zou worden ontzegd. “Gedragstherapie”, nu begrijp ik wat dat ongeveer betekent. Er wordt tijdens de behandeling niet gestreefd naar verwerking van de ervaringen die de basis zijn voor Anorexia, daar gaan jaren overheen en dat moet je als patiënt vooral thuis doen met behulp van familie en vrienden; er wordt gewerkt aan hernieuwd sociaal functioneren, het onder controle krijgen van de stoornis, zodat je in elk geval weer in de maatschappij kunt meedraaien, bijvoorbeeld in een werkkring met een team van collega’s om je heen. Het gaat erom dat jijzelf leert in relatie tot je stoornis te functioneren, niet in de relatie tot anderen. Als je je stoornis en met name de nare ervaringen die eraan ten grondslag liggen, verwerkt, is dat optimaal, maar als je ze inkapselt en wegstopt, dan wordt het therapeutisch doel evenzeer bereikt. Zowel verwerken als wegstoppen leiden ertoe, dat je weer sociaal aangepast gedrag kunt gaan vertonen en als “normaal mens” kunt functioneren.
Ida had voor het laatste gekozen: dat betekent wel dat je het risico loopt dat iemand, zij het per ongeluk, aan een trauma zou kunnen raken en dat een ingepakte en weggestopte nare ervaring, onbedoeld tot uitbarsting kan komen.
Ida had dat als volgt opgelost:
- Ze werkte het liefst met kinderen, eerst als badjuf en later op en na school. Vooral jonge kinderen zijn “egomaan” en zullen nooit vragen hoe het met je gaat. Het interesseert ze nog niet. Daar ligt geen risico dat een trauma onverwacht wordt opgerakeld. En Ida moet zich zich met kinderen hebben gevoeld, omdat ze net als Ida zelf, in de kern alleen oog voor zichzelf hebben. Voor zover Ida sociaal gedrag vertoont is dat gedragstherapeutisch aangeleerd, sociaal wenselijk gedrag.
- Ze kon eigenlijk nauwelijks met andere volwassenen overweg. Ze had ook maar één enkele vriendin die ze al 25 jaar kende. In haar omgeving (haar familie al helemaal niet) was dus vrijwel niemand die ongewenst vertrouwelijk met haar zou kunnen worden.
- In de privésfeer voerde ze de regie over een gesprek door zoveel mogelijk aan het woord te zijn. Er kwam gewoon niemand tussen die iets controversieels te berde zou kunnen brengen.
- Als iemand onverhoopt confronterend werd, zoals wel gebeurde tijdens haar eerste opleiding in 2005-2007, waar ze een gevestigde studentengroep binnenkwam, koos ze frontaal de aanval. Tranen en het tonen van emotionele kwetsbaarheid bevorderen ook de terughoudendheid van mogelijke opponenten. En emotioneel kwetsbaar was Ida in die tijd zijd zeker. De aanval koos ze ook tijdens haar latere kunstopleiding. Een vrouwelijke beoordelaar uitte zich te kritisch naar Ida’s zin en ze diende een klacht tegen de vrouw in bij de schooldirectie. Mensen kijken bij een al dan niet bewuste overreactie wel uit een tweede keer de confrontatie te zoeken.
- Kritiek omzetten in sociaal wenselijk gedrag, daar was ze ook heel goed in. Dat voorkwam lastige vragen in de werksfeer.
- Een nieuwe opleiding, een nieuwe leefstijl, nieuwe vrienden en contacten, een nieuwe baan, op een andere manier creatief bezig zijn’altijd onrustig zoekend, naar ik nu besef een impliciete strategie om maar niet met “het oude” geconfronteerd te worden. En nu behoor ik ook tot “het oude”. Contact verbreken is haar enig logische consequentie en wel voor altijd.
- Naar mij loste ze het op door een aantal onderwerpen op voorhand onbespreekbaar te verklaren: haar: therapietijd, Anorexia en de diagnose Borderline die ze bleek te hebben. Binnen twee weken na de start van de relatie lagen deze drie taboes vast. Omdat ik aan de veilige kant wilde blijven en zeker geen trauma’s wilde oprakelen (dat leidde maar tot wisselende stemmingen en driftbuien harerzijds: beide kenmerken van Borderline en ik kan op mijn beurt vanuit mijn jeugd weer niet tegen driftige mensen) kwamen er stilzwijgend allerlei taboes bij. Een hele grote was seks, kleinere waren de manier hoe ze met medestudenten, docenten en ander volwassenen omging. Verklaarbaar: andere volwassenen waren in staat trauma’s te onderkennen en al wat niet verwerkt was tot ontploffing te brengen. Ze maakte er geen contact mee. Hoewel ik altijd onvoorwaardelijk achter haar stond wanneer ze zich bedreigd voelde, moest ik ook in mijn steunbetuiging oppassen wat ik zei. Ik gaf nooit kritiek, we hadden ook nooit onmin, hoewel ik Ida’s kritiekvaardigheid enorm bewonderde. Ze zette kritiek razendsnel om in sociaal wenselijk gedrag. Ik begrijp nu waarom: dan bleven anderen tenminste verder van Ida’s trauma’s af. Voorbeeldig gedrag wordt heel soms beloond met complimentjes, maar meestal met instemmend stilzwijgen. Ik voelde me maar op één moment echt veilig bij haar; als ik op een bepaalde manier tegen haar aan lag. Ik kon dan optimaal ervaren hoe mooi ze was; zij deed dan meestal een hazeslaapje en ik kon haar niet aankijken. Heel dicht bij elkaar zonder risico op een gesprek. Kritiekvaardig was ze wel, zelfkritisch veel minder. En als zelfkritiek het begin is van zelfinzicht, dan begrijp ik plotseling beter waarom ik haar in de afgelopen jaren niet meer gesproken heb. Maar zelfinzicht heb je niet nodig om je trauma’s zo diep mogelijk weg te stoppen, alleen om ze te verwerken. Hoe weinig zelfkritisch Lida is en was, is goed te zien, aan een afbeelding die ze liet afdrukken in een promotiefolder voor een kunstmanifestatie in 2013. Op dat moment had ze de opleiding Culturele en Kunstzinnige Vorming al bijna achter de rug. Ida’s creatieve uitingen doorstaan de toets der zelfkritiek, omdat ze die niet heeft. Zo is de cirkel rond en mijn begrip vrijwel volledig.
Het Het heeft me jaren gekost om tot bovenstaande inzichten te komen, jammer want dan was ons beiden veel relatie bespaard gebleven.
Ten opzichte van leidinggevenden, zittende collega’s, medestudenten en beoordelaars was er altijd sprake van een machtsrelatie, waarin Ida zich de mindere moet hebben gevoeld en door kritiek in het nauw gedreven. In de psychologie een klassieke reden om anorexia te ontwikkelen. Onmacht op de werkvloer en in de thuissituatie moet worden gecompenseerd door zichzelf extreme eetdiscipline op te leggen. Anno 2014 hangt Ida een verkapte vorm van Anorexia aan, benoemd als de leefstijl “Veganisme”.
Boeren en scheten
Niet warm of openhartig, maar Ida haalde mij wel aan ook waar anderen bij waren. Dat weerde ik altijd af, omdat ik me geen houding wist te geven, maar wellicht ook omdat ik haar eigenlijk niet mooi en interessant genoeg vond en me onbewust eerder voor haar schaamde dan met haar pronkte. Ze had een Brabants accent en was gevoelig voor het overnemen van accenten. Ze werkte een tijd in Zwijndrecht en ontwikkelde er prompt een Rotterdamse tongval bij. Ze gebruikte “hun” als persoonlijk voornaamwoord en liet extra harde boeren en scheten om er dan vervolgens zelf om te lachen. Het verhoogde haar aantrekkelijkheid als vrouw niet.
in plaats dat ik de relatie op tijd verbrak wilde ik dat ze meer ging voldoen aan het ideaalbeeld dat ik van een vrouw had; Ik probeerde haar het “Hun hebben” en “hun zijn” af te leren; correcties die haar al snel irriteerden, omdat ik daarmee liet zien dat ik haar niet accepteerde zoals ze was. We kwamen overeen dat zij “eraan zou werken”, en dat ik er verder mijn mond over zou houden. Het opzettelijk en met nadruk boeren en scheten laten loste zich van zelf op omdat ze zich op de eerste verjaardag die we samen vierden; in een kring van mijn vrienden en familie, een keiharde scheet liet, waarschijnlijk per ongeluk, terwijl ze wijdbeens in het gras van het park zat. Ze zette zichzelf ermee enorm voor schut en dat besef zorgde ervoor dat de nare “lach-of-ik-schiet”-vrijgezellengewoonte voorgoed afgelopen was.
Naar bed
In die nacht gingen we voor het eerst met elkaar naar bed en de volgende dag had ik er zoveel spijt van dat ik heb liggen snikken als een kind en Ida heeft me nog getroost ook. Ik voelde dat ik mezelf in de val had gelokt en dat ik met deze “daad“ aan haar vast zat, Terwijl ik haar niet leuk genoeg vond. We kenden elkaar hooguit tweeënhalve maand en hadden elkaar, behalve via heel veel mailtjes en telefoongesprekken, maar een paar keer ontmoet. Ida leek verliefd op mij en ik had het zelf opgeroepen door haar hand vast te houden en hand-in-hand met haar te gaan lopen. Ik durfde haar niet teleur te stellen en wist dat ïk mijn kans op vriendschap en elkaar “langzaamaan leren kennen” had verspeeld. De relatie begon met een valse start, voelde vanaf het begin niet goed en dat is nooit meer veranderd. Ik uitte mijn twijfel in de eerste anderhalf jaar geregeld; heb geprobeerd het in de beginperiode uit te maken, haar reactie was dat ze me een kapotgeslagen fotolijstje, inclusief glasscherven en verscheurde foto toestuurde. Symbolisch, maar achteraf realiseer ik me dat ze me op dat moment ook daadwerkelijk doodverklaard had. Van voor haar therapietijd kende ze een schizofrene jongen met psychoses. Toen ik bij haar binnenkwam, stond er een foto van dromerige Patrick met bril op het nachtkastje. Hij stierf zeven jaar voordat ik Ida leerde kennen aan longvlieskanker en ze was niet aan zijn sterfbed. Ze zat op dat moment in therapie vanwege anorexia en deelde hem mee dat ze alle energie voor zichzelf nodig had en er dus niet voor hem kon zijn. Ik trok daaruit de conclusie dat de foto op het nachtkastje stond uit schuldgevoel, maar hij stond daar vooral omdat een dode een veilige vriend is: nooit confronterend, geen potentiële aanrander, geen lastige gesprekspartner die trauma’s oprakelt. Dode Patrick was op dat moment haar enige (mannelijke) vriend. Na de start van de relatie met mij verdween de foto naar het tweede plan, namelijk naar haar werkkamer. In de plaats kwam een foto van mij. Dat voelde als een grote verantwoordelijkheid; ik was immers nog niet dood. Als ik Ida verliet dan zou ik alleen doodverklaard worden. Het zou me niet verbazen als de foto van Patrick inmiddels weer op het nachtkastje staat.
Dat ze er niet was voor een stervende vriend is, jaren later en achteraf bezien, exemplarisch voor Ida. Dat ze alle energie nodig heeft om haar eigen emotionele roer recht te houden, zorgt ervoor dat ze nauwelijks empathie heeft met, of aandacht voor anderen; het vormt haar aandeel in het relatie-einde, ze loopt daardoor telkens weer een vast arbeidscontract mis en het betekent dat ze nauwelijks vrienden heeft. Toen ze me de geschiedenis met Patrick vertelde, nam ik dat voor kennisgeving aan, al voelde ik diepe twijfel: wat is er definitiever dan de dood, dat je afwezigheid rechtvaardigt? Niets, in mijn ogen. ook geen anorexia of gedragstherapie. Maar ik zei het niet; de relatie verkeerde nog in een prille fase en ik bedekte mijn twijfel met de mantel der liefde, zoals ik dat de gehele relatie door ben blijven doen.
Verbinding
Ik heb wanhopig naar verbinding gezocht; iets dat een max. MBO opgeleide Brabo-vrouw, zou kunnen binden aan een universitairgeschoolde noorderling. Een toevallige ontmoeting die zonder Internet nooit zou hebben plaats gevonden, was in ruim twee maanden totaal uit de hand gelopen. “Vluchten kon niet meer”, zoeken naar verbinding en verwantschap nog wel. Daaraan konden we met een schone lei beginnen nadat mijn dikke tranen van twijfel over en wroeging naar Ida waren gedroogd.
Twijfelfase
In de eerste anderhalf jaar onderhielden we een “knipperlichtrelatie”, ingegeven door mijn twijfel. Het stemde Ida boos en machteloos en ik voelde me schuldig over wat ik haar aandeed. De machteloosheid spreekt uit diverse mails die ze me stuurde. Er blijkt uit dat we diverse keren rustpauzes en perioden van “elkaar-niet-zien” hebben ingelast. Ik herinner me nog een rit in de Intercity naar het zuiden die langs haar woonplaats raast zonder er te stoppen. Ik heb toen oprecht gehuild, omdat ik meende daar nooit meer te hoeven uitstappen om Ida te zien. In die eerste anderhalf jaar trok Ida een deel van mijn falen naar zich toe. Ik liep bij een psycholoog die geheel op haar hand was, zelf vijf keer getrouwd en haar het Idee aan de hand deed: “dat er nog wel meer leuke jongens waren behalve ik”. Zij zocht zelf ook een psycholoog op en kwam terug met het inzicht dat ze “claimgedrag” vertoonde en dat zou mij dan benauwen. Ik vond haar gewoon niet leuk genoeg, was niet verliefd op haar en durfde haar desondanks niet teleur te stellen en te verlaten. “Ik zou de heelmeester worden die stinkende wonden maakt” en dat ten koste van Ida. In de zomer van het tweede jaar werd ik zelfs nog kortstondig verliefd op een vriendin van mijn zus en het jaar erop kreeg ik vlinders in de buik van een collega. Ik zag het eerder als een goed teken dan dat ik er wroeging over had. Aan het eind van die eerste fase lag alles binnen de relatie vast: waarover gesproken mocht worden en waarover niet, wie welke inbreng had en hoe de seks verliep. Alleen had ik wel eens de indruk dat ze om “strategische redenen” haar portemonnee vergat. Dat was onvoorspelbaar.
Deze passage uit het wrange liefdesgedicht van Hans Teeuwen zegt alles over de relatie tussen Ida en mij: van de wederzijdse kansloosheid tot de allesverzengende sleur; beter kan ik het niet onder woorden brengen.
Acceptatiefase en gedoogfase
Ida’s aandeel in de mislukking kwam aan het licht in de tweede fase, die ik de “acceptatiefase” zal noemen al had ze de basis al snel gelegd door drie grote taboes op te werpen. Ik werd er zwijgzaam van, er ontstond geen wezenlijk contact of vertrouwen door en ik maakte er voor de zekerheid zelf nog wat taboes bij, waaronder het bespreken van seksuele wensen die ik stiekem had. Als we vrijden fantaseerde ik ze er gewoon bij. Dat was me genoeg totdat we in de derde fase van de relatie belandden, die ik de “gedoogfase” noem. Ik bleef bij Ida tot ik de moed had gevonden om haar te verlaten en ging ondertussen zoveel mogelijk mijn eigen gang. Dat “mijn eigen gang gaan”, gekoppeld aan contactloosheid gaat feitelijk door tot de dag van vandaag. Zonder dat ze daarvan enig idee heeft, staat deze analyse online en ontwikkelt zich haar alter ego “Ida Dijkstra”, zich verder op basis van haar Internet-activiteit.
Caramelgeurtje
In de tweede “acceptatiefase”, die ruim twee jaar duurde, leerde ik Ida mooi te vinden, niet knap, maar ongelooflijk mooi, mooi tegen wil en dank, mooi omdat er niks anders opzat, mooi, mooi, prachtig mooi: de vrouw met het mooiste figuur ter wereld die een ultrazachte caramelgeur bij zich droeg. En wie houdt er niet van caramel? Als we vrijden vertederde ze me met de “afdakjes” boven haar ogen, waardoor ze met twee zwartgetekende kruisjes over haar ogen meteen een beetje op Pipo de clown zou gaan lijken en haar smalle kaaklijn en haar grote boventanden die ik in een in een kleine halve cirkel zag staan als ze opgewonden hijgde. Die uitgesproken kenmerken in haar gezicht, die bleven toen ze van mager een, slanke, maar stevige vrouw werd, nog ronder dan ze al was met pronte borsten, waarop ze gedurende de relatie steeds trotser werd. Haar lange slome haar ging eraf en ze bleek ineens prachtige grote krullen te hebben, die altijd hadden uitgehangen. Met een klein beetje make-up, die ze bij bijzondere gelegenheden ging gebruiken, of gewoon om me een plezier te doen, kon ze haar ogen, die op zichzelf niet bijzonder waren, mooi accentueren, en ook de mooie volle lippen die ze toch al had. Bij alles waar ik twijfels over had en de verbinding tussen ons, die ik niet kon vinden, leerde ik in de eerste twee jaar Ida onvoorwaardelijk mooi te vinden; een mooiere vrouw zag ik nooit, hoe goed ik soms ook keek op straat. Zelfs vrouwen met asymmetrische gezichten en die iets van Ida weghadden, ging ik mooi vinden en dat heb ik nog steeds.

Latrelatie
Als we binnen de latrelatie langer bij elkaar waren, bijvoorbeeld tijdens vakanties, dan werd ik altijd verliefd op de prachtige vrouw die ik een paar weken dichtbij me had, inclusief geheime carameltouch. Dan trok ze zich altijd terug, bijvoorbeeld door hard te gaan fietsen in de omgeving. Bij zoveel “aanvaarding”, was mijn verliefdheid snel weer over. Ik heb Ida geloof ik één keer aangesproken op het verschijnsel dat ze zich terugtrok uit het contact als ik al te nadrukkelijk “kopjes” wilde gaan geven. “Zoveel aandacht benauwt me”, zei ze: “dat schept maar verwachtingen”. De angst voor te hoge verwachtingen en ongewenste verplichtingen leek zich te hebben verplaatst: van mij naar Ida. Op zulke momenten vroeg ik me af: Als we nu gingen samenwonen, zou er dan wel contact en vertrouwen ontstaan”? Ik stelde het nooit voor. In de voorlaatste zomer samen, drie weken bij elkaar, bij haar thuis en op een vakantieadres was het geweldig intiem en tegelijk ongedwongen, het hoogtepunt van de relatie, dat uitdoofde bij de start van Ida’s opleiding Culturele en kunstzinnige vorming. Als we toen waren gestopt had het nog op een respectvolle manier gekund. We voorzagen het niet, hadden elkaar voor het eerst in bijna zeven jaar een beetje ontmoet en vertrouwd. Een poging tot samenwonen had ook gekund, maar het kwam niet in ons op. Ida wilde het in het begin van de relatie, maar toen moest ik er niet aan denken. Het was de enige reële kans geweest om de relatie te redden. De volgende zomervakantie was alles weg.
Tekortkoming
Ida zei van me te houden, maar onvoorwaardelijkheid heb ik bij haar nooit ervaren. Ooit had ik een vriendin waarbij ik dat wel heb gevoeld, en in de vergelijking heb ik Ida altijd als een tekortkoming ervaren. “Vergelijken, moet je niet doen”, zegt men, “iedereen is anders”. Maar ik deed het toch. En het stelde me teleur. Ida zei van me te houden, maar had duidelijke restricties in wat wel en niet mocht, vooral in de seks. Ida deed haar best naar vermogen, zoals wanneer je in het ziekenhuis terecht komt en afhankelijk wordt van zorg. De verpleegsters doen hun stinkende best, de verzorging is onberispelijk en toch zou je het liever zien als thuis. “Naar vermogen” betekende voor Ida haar best doen binnen de kaders van de trauma’s die niet aangeraakt mochten worden en niet verwerkt waren. Zo had Ida van de seksuele nood een deugd gemaakt. De beperkingen leken allemaal ingegeven door eerdere slechte ervaringen met mannen. Ze deed erg haar best en ik genoot ervan, maar ik voelde me nooit echt gastvrij onthaald of ontvangen, laat staan werkelijk aanvaard. En ik begreep het niet, ze zei van me te houden, maar seks was naast alle andere grote pijnpunten uit haar leven, onbespreekbaar en er kon gaande de relatie steeds minder. Dat vond Ida heel normaal: “dat gaat in een relatie altijd zo”, beweerde ze. “Dan ben je bij mij wel aan het verkeerde adres”, was mijn antwoord. Dan deed ze een tijdje extra haar best. Maar ze heeft zich nooit over haar ervaringen ”met andere mannen” heengezet en ik nam genoegen met wat ze me gaf. Het vertrouwen om het anders te doen is nooit ontstaan, die verbinding heb ik nooit gevonden.
Ongelijkwaardigheid
Waar ik in de relatie veel ongelijkwaardigheid heb gevoeld, speelde op de achtergrond ook nog haar gereserveerdheid op seksueel gebied mee: ik ondersteunde Ida emotioneel, materieel, intellectueel en cultureel. Om met het laatste punt te beginnen: in 7,5 jaar deed ze me twee keer een interessant voorstel om naar een museum te gaan; alle andere keren dat we samen uitgingen, kwam het initiatief van mij. Zo leerden we samen het Brabants orkest kennen. Misschien wel het beste buiten de Randstad. Ida verdiende structureel minder dan ik en ik vond het logisch dat de sterkste schouders de zwaarste lasten droegen. Dat bleek vooral tijdens vakanties, theater- en concertbezoek en uit-eten-gaan. Mijn intellectuele ondersteuning bestond uit hulp bij twee opleidingen die ze deed, was ze in haar jeugd te lui geweest om te leren. Met als aanleiding een langdurige werkloosheidsperiode, ging ze twee managementopleidingen doen: eerst op mbo, daarna op hbo-niveau. Ik had grote bewondering voor haar doorzettingsvermogen en was blij dat ik haar met mijn universitaire opleiding kon helpen, bijvoorbeeld bij het structureren van verslagen. Want Ida had een rommelige levensstijl; Ze bewaarde al haar administratie en nota’s in tientallen ordners, met als resultaat dat ze belangrijke papieren zelden kon vinden wanneer ze ze nodig had. Wat wil je met een map die de naam: “Algemeen” heeft? Wat kan daar inzitten?
Emotionele ondersteuning
Mijn emotionele ondersteuning bestond vooral uit opbeurende woorden als ze het moeilijk had net mensen van haar opleiding en als ze somberde. Ida kon wisselvallig zijn, driftig en voelde zich nog al eens onrechtvaardig behandeld. Ze had ooit de diagnose borderline gekregen en dat was in de eerste weken van de relatie het allereerste absoluut onbespreekbare onderwerp. Als alternatief ben ik dan maar wat gaan Googlen en besloot te aanvaarden wat op me af kwam, temeer omdat een psycholoog waar ik in die tijd kwam, meende dat de verschijnselen van Borderline op latere leeftijd meestal minder worden. Borderline bagatelliseren, alleen maar omdat het onbespreekbaar was, bleek een grote vergissing. Ik heb me erdoor laten sussen. Naast kortaangebonden, en wisselvallig vond ik Ida zeer kritiekvaardig. Ze kon kritiek heel goed omzetten naar positief gedrag, waarschijnlijk geleerd tijdens haar dagbehandeling voor Anorexia. Ik besef nu en dat de kritiekvaardigheid in de plaats komt van verwerking. Waar ik de eigenschap ooit positief waardeerde, blijkt het achteraf bezien gewoon een aangeleerd trucje om de confrontatie met zichzelf en het gesprek met een ander te voorkomen. Als ze het echt moeilijk had, trok ze zich een aantal weken volledig terug en was ze vrijwel onbenaderbaar.
In haar therapietijd heeft ze waarschijnlijk geleerd kritiek om te zetten in sociaal aanvaardbaar gedrag en gedwongen zich in een groep te uiten. Ze moet zich hebben voorgenomen: “dat nooit meer”. Nooit meer bespreken van dat wat me pijn heeft gedaan. Haar therapietijd werd na een week of twee relatie het tweede grote taboe-onderwerp.
Grote en kleine taboes
Hoewel ik altijd onvoorwaardelijk achter haar stond als ze het moeilijk had met klasgenoten of collega’s, moest ik altijd oppassen niet te raken aan een onbespreekbaar onderwerp, er zeker niet te lang op doorgaan en niet analyseren. Binnen de kortste keren was er een nieuw taboe ontstaan. Dat kon iets heel kleins zijn, bijvoorbeeld de manier waarop ze met haar moeder omging die met Parkinson in een verzorgingshuis zat. Ida kocht in haar woonplaats bijvoorbeeld stoelgangbevorderende yoghurtjes, die ze dan 25 kilometer verderop bij moeder ging afleveren. Hoewel Ida zelf nauwelijks geld had, was het haar eer te na om het benzinegeld aan moeder terug te vragen, hoewel ze evenveel geld aan yoghurt als aan benzine had uitgegeven. Ondertussen nam ik altijd brood voor haar mee van een speciale bakker om haar en mezelf een plezier te doen en haar en haar portemonnee zonder woorden en gevoelens van afhankelijkheid te sparen. Ik kon zoiets, maar één keer kort aan de orde stellen; het chagrijn verscheen al snel op haar gezicht, en dan moest ik maar hopen dat de boodschap was overgekomen.
Vrouwelijkheid
De taboes waren vrijwel absoluut en zelfs mijn onvoorwaardelijk medestanderschap hielp niet het onderwerp uit de taboesfeer te halen. We hadden een jaar of drie een relatie en Ida was als vrouw volledig opgebloeid uit de gemakzucht van het vrijgezellenbestaan Van 61 naar 68 à 69 kilo gegaan met op haar 43-ste splinternieuwe jongemeidenborsten waarop ze apetrots was, halflange krullen in plaats van slap piekhaar tot aan haar billen en een hooggedragen bilpartij als een stel borsten in hartvorm. Ze had met haar lange benen erbij meer bekijks dan ooit te voren en het vrouwelijk zelfbewustzijn straalde van haar af.
Eetstoornis
Hoe snel eigenwaarde ook weer kan dalen bij een ex-anorexiapatiënt met Borderline-diagnose bleek toen er op de werkplek een diëtiste was langsgeweest die bij Ida een verhoogd vetpercentage had vastgesteld: iets wat ongezond zou zijn buikvet in het bijzonder. En dat terwijl ik haar buikje als zesde of zevende heuveltje in haar hervonden vrouwelijkheid juist zo prachtig vond. Had ik zoveel moeite gedaan om Ida als vrouw de ultieme bevestiging te geven, en bij alle tekortkomingen die ik bij Ida ervaarde, uit de grond van mijn hart, zou een hbo-diëtiste, in haar onwetendheid over Ida’s achtergrond haar met een kortzichtige opmerking weer kunnen terugwerpen in onzekerheid en eetstoornis. Het gebeurde niet, maar Ida zocht wel steun en die heb ik ook met hartstochtelijke argumenten gegeven. Ook dat heb ik slechts één keer kort mogen doen, om te voorkomen aan haar irritatiegrens te raken.
Seksueel taboe
Terwijl ik intussen had geleerd haar als vrouw en als lichaam en gezicht volledig te aanvaarden, hield Ida vast aan haar taboes. Ik voelde me daarmee het meest en voortdurend geconfronteerd in de onbespreekbare seks. Nu ik dit opschrijf moet dit symbool gestaan hebben voor de onoverbrugbaar grote afstand die er was en de onmogelijkheid om erover te praten. Zij keek volledig tevreden; liet althans nooit blijken meer behoeften te hebben dan de standaardseks op bed en soms op de bank. Een frivole overval mijnerzijds op een ander plek liet ze meest, enigszins beschroomd, wel toe. De sfeer was wel: “wat ga je nu toch doen”, ze deed mee, gunde het me, maar liet nooit blijken of het experiment voor herhaling vatbaar was, laat staan dat ze zelf met iets nieuws kwam. Ze vond zichzelf erg creatief. Op dat vlak nooit iets van gemerkt. Zo rekte ik zonder woorden, de seksuele beleving iets op en de rest fantaseerde ik erbij. Dat kon natuurlijk niet goed gaan en toen ik van de acceptatiefase in de gedoogfase van de relatie was aangekomen, gaf ik me over aan een wilde seksueel-getinte mailwisseling met een ex-vriendin. Toen dat uitdraaide op een zoenpartij voelde ik dat ik Ida verraden had en was het ineens heel makkelijk om de relatie te beëindigen.
Gebrek aan contact
Ik vond het oneerlijk en de inbreng in de relatie ongelijk verdeeld, vooral in het laatste jaar en durfde er niet over te praten. Dat slingerde ik haar pas voor de voeten in het allerlaatste contact. Ik wilde haar niet eerder kwijt en een gesprek leek me niet mogelijk bij alle taboe-onderwerpen die ze had opgeworpen. Alles wat haar in het leven pijn had gedaan was onbespreekbaar en voor de veiligheid sloot ik me daar maar bij aan en stelde niets meer aan de orde wat mogelijk controversieel was. En dat terwijl in mijn profiel had gestaan dat ik iemand zocht die “openhartig” was. Ida’s zus schreef op haar weblog over de omgang in het gezin: ”Grappen en vervelende gebeurtenissen weglachen, dat is wat we altijd hebben gedaan.” Weglachen van pijn en onzekerheid, dat kon Ida als de beste, dat had ze thuis geleerd. Alles beter dan erover praten, dat had ze in haar therapietijd genoeg gedaan. Ida ging alleen het gesprek aan als ze zich onrechtvaardig behandeld voelde, als zij gekwetst was, bijvoorbeeld door docenten of medestudenten. Ook voor professionele kritiek stond ze open, maar op haar eigen emoties en diepste gevoelens liet ze zich nooit aanspreken. Toch bleef ik bij haar, ondanks alle twijfel en het gebrek aan contact en gesprek.
gezinsbeslommeringen
Zolang ik geen eind aan de relatie durfde te maken (ik voelde me de facto gechanteerd door haar aanduiding dat ze ooit een zelfmoordpoging had gedaan), bedekte ik alles met de mantel der liefde. Zo viel me de eerste keer bij haar ouders thuis op hoe haar oudere broer altijd achter een laptop weggedoken zat; een andere broer had in zijn vroege jeugd een verstandelijke beperking opgelopen, en een jongere broer kreeg later de diagnose “autisme”. Van Ida’s jongere zus kon ik geen hoogte krijgen, uit haar Twitteraccount en weblog blijkt dat ze zich uitsluitend met zichzelf en haar gezinsbeslommeringen bezighoudt. Ze omschrijft zichzelf als hypersensitief.
Ik zag met angst en beven tegemoet hoe Ida op moeder kon gaan lijken: hamsterwangen en een albinolok in het haar die de asymmetrie in het lange clini-clowngezicht als het ware nog zou accentueren. Haar jongere zus Mariëtte had het allemaal al. Ida was er gewoon te mooi voor en zou mooi blijven. Samen met haar oudste broer leek het of pa en ma op de twee oudsten veruit het meest hun best hadden gedaan en bij de jongste drie hun kruit verschoten hadden, zelfs in de naamgeving.
Middenstandsgezin
Ik kom zelf uit een middenstandsgezin: moeder Kweekschool, maar na haar huwelijk huisvrouw; mijn vader zelfstandig ondernemer één broer universitair geschoold waarmee hij niets doet plus ikzelf. Eén zus nbo-opgeleid, net als Ida, één zus met alleen Havo. Dankzij Ida’s vader en moeder, lag het intellectuele niveau iets hoger dan in ons gezin, met name de maatschappelijke betrokkenheid was veel groter. Bij Ida dan weer niet; zij zat alleen vol goede wil, maar intrinsieke culturele belangstelling ontbrak, met name het vermogen om te “weten”, te begrijpen en verbanden te leggen was er nauwelijks. Echt nieuwsgierig was ze niet, zeker niet naar mensen. Geen intrinsieke oppervlakkigheid, zoals bij mijn eigen mbo-opgeleide zus, maar een intellectueel plafond en angst voor contact en confrontatie. Ik wilde via mijn relatie ontsnappen uit de intellectuele middelmaat die ik thuis had ervaren. Gelukkig kon ik er op school met gewetensvolle docenten aan ontsnappen, bij Ida niet. Ik kwam in een vergelijkbaar milieu terecht dat me niet kon inspireren en ze spraken nog niet eens ABN, maar met een Brabants accent. Omdat Ida op geen stukken na kon voorzien in mijn intellectuele behoeften, naam ik haar dat Brabantse accent waarschijnlijk dubbel kwalijk.
Stilzwijgen
Vader was industrieel ontwerper geweest en jawel: ontwikkelaar van het actieve luidsprekersysteem MFB, tegenwoordig de basis voor de beste geluidsweergave. Ik kreeg op slag diepe bewondering voor de man die bedenker was van een audiologisch hoogstandje dat sinds de jaren zeventig een revolutie heeft veroorzaakt in de audiofiele wereld. Dat dergelijke toptechnici meer dan gemiddeld een autistische stoornis hebben, wist ik. Ida’s broer Durk had het van geen vreemde. Ida’s schoonzus had een depressie; dat wist ik. Niemand zei er iets over. Ik vond het heel vreemd dat je van een moeilijke situatie afweet, maar er in gezelschap niet over praat, om welke reden dan ook. Ik vermoedde dat vader in huis de gespreksagenda, stilzwijgend bepaalde, in dat iedereen zich eraan hield. En dat de situatie ook al zo was geweest toen ze allemaal nog een gezin vormden. Er kwam niet in me op dat alle gezinsleden een even belangrijk aandeel in het geforceerde stilzwijgen konden hebben, laat staan dat ik Ida een aandeel toekende. Op weg naar huis in de auto sprak ik mijn verbazing uit over het feit dat alle aanwezigen wisten dat het niet goed ging met schoonzus Lara, maar dat niemand er iets over had gezegd en dat iedereen alleen maar over koetjes en kalfjes had gepraat. Zij antwoordde in de trant dat het altijd zo ging. Ik sprak ook mijn verbazing uit dat haar oudste broer tijdens het gehele bezoek achter de laptop had gezeten. Ik veronderstelde dat de aldus gegeven hulp, slechts een voorwendsel was om contact met de anderen te vermijden. Hoe raak dat was, merkte ik later wel. Hoezeer Ida onderdeel was van het systeem van stilzwijgen, heb ik pas na afloop van de relatie begrepen. Ze nam dit gezinsgebruik naadloos mee onze relatie in.
Borderliner
Bij een bezoek aan haar laptop-broer, die een studie tot kinderpsychater volgde, enige tijd later, constateerde Ida onomwonden dat hij het uitsluitend over zichzelf had gehad en ze het gevoel had dat hij haar niet serieus nam. Hij arts, zij op dat moment bezig met een opleiding op mbo-niveau. Hij schreef haar gehele persoonlijkheid, problemen en doen en laten toe aan haar borderline-diagnose. “Eens een borderliner, altijd een borderliner”, daar kwam het volgens Ida op neer. Ze voelde zich met die kwalificatie tekortgedaan. Hoezeer haar psychiater-broer daarin gelijk had, besefte ik ver na afloop van de relatie pas. Haar vermogen om mij na zevenenhalf jaar binnen enkele weken na afloop van de relatie uit haar bewustzijn te dissociëren, heb ik als bijna ondraaglijk ervaren. Alsof ik niet meer ben geweest dan één van haar onverwerkte trauma’s; alsof ik slechts veroorzaker ben van een post-traumatisch stress-syndroom. Een machteloos-makende gedachte.
Narcisme
Het verwijt om het uitsluitend over zichzelf te kunnen hebben, kreeg ik later terug van mijn zus die net een kind had, maar waarvoor Ida geen enkele belangstelling had getoond en van mijn directe buurvrouw na afloop van de relatie. Mij viel op dat ze mijn buurvrouwen, die recht van overpad hebben, in het voorbijgaan de oren van het hoofd kletste, zonder ook maar een enkel moment naar hun welbevinden te vragen. Ik had een vriend met de diagnose “Narcisme” die ze opzichtig niet mocht. Ze moet de ongewilde verwantschap gevoeld hebben en via hem werd ze onbewust geconfronteerd met één van haar eigen slechte eigenschappen.
Ida kon druk zijn en flink beslag leggen op het toehoorderschap van mensen. Ik schaamde me er soms voor en heb op een dag tegen haar gezegd:: “Ida, als je zo doorgaat mijn buren aan de praat te houden als je in de tuin zit, dan komt er een moment dat ze de voordeur uitgaan als ze merken dat jij er zit en je gaan mijden.” Voor zover als ik me kan herinneren, ging er geen belletje rinkelen en leidde mijn opmerking het niet tot gesprek. Belangstelling voor het wel en wee van mijn buren betoonde ze niet, Ida liet het in het vervolg bij “hallo” en “dag”. De opmerking die ze eerder over haar broer had gemaakt, bleek een klassiek geval van “de-pot-verwijt-de-ketel” te zijn geweest. Ida werd feitelijk volledig door zichzelf in beslaggenomen en heeft daardoor ook weinig ruimte over voor empathie of inleving in anderen. Dit heet narcisme, meen ik. Of het bij haar de ernst van een stoornis heeft, kan ik niet beoordelen; dat het anderen opvalt in haar gedrag is wel duidelijk. Ik heb ook niet kunnen nagaan of narcisme een uitvloeisel kan zijn van Borderline, bijvoorbeeld in de combinatie van een aantal bekende Borderline-kenmerken.
Het totaal door Anorexia in beslag genomen worden in het midden van de jaren negentig, lijkt als gevolg van gedragstherapie vervangen door sociaal minder desastreuze vormen. Gebrek aan oprechte belangstelling voor anderen beperkt het aantal vriendschappen wat in Ida’s geval klopt en maakt een liefdesrelatie op de lange duur onhoudbaar, maar lijkt in een professionele werkomgeving een minder groot bezwaar. Blijft dat Ida net als in haar Anorexiaperiode volledig door haar eigen beslommeringen wordt beheerst en daardoor nauwelijks ruimte en energie overheeft om zich te verdiepen in anderen. Ik ging er in de loop van de relatie steeds meer vanuit dat Ida er niet voor mij zou zijn als ik haar een keer echt nodig zou hebben. Op grond van het bovenstaande waarschijnlijk een juiste gevolgtrekking.
Mensen met een zwaarwegende stoornis als Ida lijken in een emotionele bunker te leven waarin ze volledig op zichzelf gericht zijn. De muren zijn te dik en te hoog om tot zelfkritiek, laat staan tot ziekte-inzicht of zelfinzicht te komen, de weg naar echte verandering en verbetering. De verandering die Ida desondanks heeft bewerkstelligd om tenminste maatschappelijk-sociaal enigszins normaal te kunnen functioneren, ontleent ze aan de vaardigheden, aangeleerd tijdens haar periode van gedragstherapie. De gedragstherapie heeft een cosmetisch resultaat en leidt niet tot intrinsiek zelfinzicht of een persoonlijke drive tot verbetering. Anders zou er sprake zijn van ziekte-inzicht: m.a.w. welk gevolg heeft mijn stoornis voor de mensen in mijn omgeving en wat kan ik zelf doen om de gevolgen te verzachten? Om in weerwil van de haar Borderline, sociaal wenselijk gedrag te kunnen gaan vertonen, moet de therapietijd diep ingrijpend voor haar geweest zijn. Zo ingrijpend dat ze er nooit over wilde praten. Iets dat pas tegen de achtergrond van de “bunkermetafoor” begin te begrijpen.
Het lijkt bovendien wel of er sprake is van een intellectueel “glazen plafond”. waardoor de horizon van een “betere gezondheid” die ze als veganist die het Paleo dieet volgt, nastreeft, wel zichtbaar is, maar het goede voornemen als gevolg van door stoornis bepaalde patronen, ongewild moet ontaarden in zelfdestructie, waardoor het ideaal nooit bereikt wordt
Invloed
In de familie vond men dat Ida met mij een verrassende keuze had gemaakt. Ida had vroeger motor gereden en de laatste echte relaties, die op het moment van het bezoek aan haar ouders al weer bijna 10 jaar achter haar lagen, waren met stoere politiemannen en beveiligers geweest met motor. Ik had niets, alleen een gammele stadsfiets en een mooie hybride en een beetje culturele bagage. In het fietsen vonden we elkaar: zij als automobilist fietste voor de afwisseling met fietscomputer; ik fietste uit noodzaak, omdat ik geen gemotoriseerd alternatief had. We fietsten graag samen en ik genoot van de schoonheid waarmee ze op het zadel zat. We vonden elkaar ook in het geen-vlees-eten en maatschappelijke opvattingen, al begreep ik dat Ida in het begin van onze relatie vooral mijn meningen over een onderwerp ventileerde; iets wat vooral onzekere laagopgeleide vrouwen doen tot 25.
Het laat wel zien dat ik onbewust veel invloed op Ida moet hebben gehad en ze nog een flinke weg te gaan had in haar identiteitsvorming. Ze was zoekende in wat ze nu echt graag wilde in het leven, werkte om geld in het laatje te krijgen en liet zich makkelijk te neerslaan door mensen, die in opleiding en werk kritiek op haar hadden. We praatten nooit over de vraag wat ze met die kritiek deed, dat zou een taboerisico zijn, maar zette de kritiek razendsnel om in ander gedrag. Liever zonder slag of stoot bakzeil halen, dan het risico op een gesprek waarbij emoties moeten worden blootgelegd en angsten en twijfels overwonnen. Liever aanpassen voor de Bühne dan je diepste emoties delen en in empathie en hartstocht vrijen lachen en jezelf overgeven aan de verliefde “kopjes” van een ander. Een eigen identiteit ontwikkel je zo natuurlijk niet; je blijft afhankelijk van wat een ander van je vindt en je hebt weinig te geven. Je kunt alleen maar halen, want je hebt voortdurend bevestiging nodig dat je “goed bezig bent”.
Verkrachting
Ikzelf zocht ook in het leven, maar had door een lichte fysieke beperking wel afscheid genomen van de slachtofferrol en redelijk inzicht in wat ik wel en niet kon. Weten wat ik wel kon en per se niet wilde, heeft in ieder geval de piketpalen gezet waarbinnen ik mijn identiteit kon vormen. Toen ik Ida ontmoette, was ik op relationeel gebied nog zo onervaren, dat ik op dat punt nog helemaal niet had kunnen bepalen wat ik wel en niet wilde. Ik zocht gewoon “iemand” om het mee te proberen. Waarschijnlijk uit angst dat die langere relatie er nooit meer van zou komen. En dat terwijl mijn initiële gevoel bij Ida al niet goed was. Ik was niet kritisch, omdat ik veel te graag wilde en te onervaren om de gevolgen van een beetje intimiteit te overzien. Ik heb me het idee om bij haar te moeten blijven vooral zelf aangedaan; dat ik voor haar moest zorgen; dat ik haar niet mocht teleurstellen; dat ik niet alleen wilde zijn en dat ze anders misschien weer pillen zou slikken. Ik heb me er onbewust mee onder druk gezet gevoeld, hoewel ze dit soort verhalen vertelde zonder enige emotie of betrokkenheid erbij, alsof het om een ander ging. Zo vertelde ze ook over de “verkrachting” waarvan ze als zestienjarige het slachtoffer was geworden. Zoals zij het vertelde, in formele zin geen verkrachting, maar gewetenloze en welbewuste aanranding: een buurgenoot had zich, onder bedreiging van een grote hond op haar gezicht afgetrokken. Bij de definitie van verkrachting hoort “penetratie tegen iemands wil” en daarvan was in de lezing die mij is bijgebleven geen sprake. Ida’s afkeer van mannelijk zaad kon ik me daarom wel voorstellen. Ik voelde me er alleen zelf het slachtoffer van.
Overgave
Tegenover Ida’s afkeer van zaad, die waar het mij aanging langzaam, afnam, maar nooit verdween, stond voor mij de ervaring met mijn eerste echte liefde, die een jaar of tien ervoor lag. Zij bood een herinnering aan absolute overgave en geen enkele remming. We waren als kinderen in de speeltuin en dat vertrouwen zocht ik bij Ida ook. Acceptatie en grootse gulheid. Ida deed alles naar vermogen, dus ook haar best onder het voorbehoud dat haar trauma’s buiten schot zouden blijven. Je best doen onder voorwaarden levert geen constructieve relatie op. Zonder dat ik het ooit heb aangeduid, laat staan besproken, kon Ida de vergelijking absoluut niet doorstaan, hoezeer ze ook haar best deed. In de vergelijking (ik wist inmiddels wat ik miste), accentueerde de seks voortdurend de enorme ongelijkwaardigheid die de relatie kenmerkte. Ida bepaalde de facto wat er gebeurde, en zo gaat het in een relatie geloof ik meestal: “de man wikt en de vrouw beschikt”. Gechargeerd gesteld waren enige echte uitzonderingen de vakantiebestemmingen, de culturele uitstapjes en waar we uit eten gingen: “Ik bepaalde waarvoor ik betaalde”. Heel klassiek, maar in ons geval stonden er geen kinderen tegenover, waarvoor Ida zorgde. Ze leverde daarmee naar mijn mening geen gelijkwaardige inbreng.
Ondertussen probeerde ik haar leven te vergemakkelijken, door bijvoorbeeld, waar nodig het kapotte witgoed te vervangen; samen theatervoorstellingen te bezoeken (ik heb jaar broodje falafel leren kennen bij station Amsterdam CS), scripties te helpen schrijven en te troosten als ze in de put zat. Maar meestal trok ze zich dan in zichzelf terug, belde nauwelijks en hield gesprekken kort. Geen therapie of indringende gesprekken meer zal ze zich hebben voorgenomen. In zulke fasen van “down-zijn” die enkele weken duurden en zo’n twee keer per jaar voorkwamen, was ze vrijwel onbereikbaar. “Stemmingswisselingen” heet dat in borderlinetaal. Ik heb haar er nooit in die termen op aangesproken, ook dat was taboe.
Stopmoment
Ook in acceptatiefase twee van de relatie zijn er diverse momenten geweest dat ik wilde stoppen. Er was altijd wel een zwaarwegende reden om het niet te doen. Ik weet nog dat ik op een avond in de tuin zat op een vakantie-adres en aanstalten maakte te gaan vertellen dat ik dringend met de relatie wilde stoppen. We hadden het gezellig, we vrijden in het gras maar ik had tegelijk alle tijd om de relatie te bespiegelen en te bepiekeren. Echt contact, gesprek en vertrouwen was er niet en zou er niet komen. Ik treuzelde en twijfelde tot de telefoon ging en Ida te horen kreeg dat haar vader met ernstig hartfalen in het ziekenhuis lag. Natuurlijk steunde ik haar in die moeilijke periode, in plaats van bij haar weg te gaan.
Lafaard
Sprak ik mijn twijfel aan de relatie in de eerste anderhalf jaar tegen Ida uit, dat deed ik ook tegen vrienden en tegen naaste collega’s. In de acceptatiefase zei ik gewoon dat het “goed” ging. Ik wilde geen discussie of goede raad meer over de relatie, waarvan ik wist dat ik er op een dag een eind aan zou maken. Ik schaamde me voor mijn besluiteloosheid, en wilde vooral voor vrouwelijke collega’s niet weten dat ik Ida aan het lijntje hield. Hun solidariteit zou wellicht naar haar uitgaan en dat vond ik terecht. Maar een weerwoord of verzachtende omstandigheid kon ik niet verzinnen zonder een lafaard te lijken. Ik geloof dat ik in die periode en in de “gedoogfase” die drieënhalf jaar duurde alleen nog tegen mijn moeder mijn twijfel uitte.
Bij de start van de gedoogfase zag ik in mijn werk weinig uitdaging, maar om brood op de plank te krijgen, bleef ik er zitten. Eigenlijk net als met de relatie: uit angst om niet meer “aan de bak te komen” weigerde ik los te laten wat niet goed voor me was. Door de week op mijn werk had ik het niet naar mijn zin in de weekeinden droeg ik zo goed mogelijk bij aan Ida’s ontwikkeling. In ruil ontving ik gezelligheid en seks. Zo ging ik dat zien. Een breuk met Ida en handhaven van de status quo op mijn werk zou betekenen dat in elk geval de weekeinden voor mezelf zou krijgen. Ik ondernam geen actie. Ik vertrok wel met een leuke vergoeding van mijn werk en had binnen twee maanden weer een nieuwe baan. Een heerlijke, maandenlange vakantie gehad in een zonnig voorjaar en dito zomer. De soep wordt nooit zo heet gegeten als hij wordt opgediend. Maar wat mijn relatie aanging, trok ik geen lering uit deze positieve leerervaring; daar ging ik mee door. De relatie met Ida, in combinatie met gebrek aan uitdaging op mijn werk, versterkte een periode van intellectuele stilstand en gebrek aan persoonlijke ontwikkeling. Die energie investeerde ik in haar.
Porno
Om van haar af te komen heb ik er zelfs op gehoopt dat ze zich zou doodrijden, zo machteloos voelde ik me. Ze werkte een tijdlang wel honderd kilometer van huis en deed het stuk altijd per auto. Dan zou ik het niet hoeven uitmaken. Altijd als ze weg was sloeg de twijfel toe die me zelfs tot dit soort gedachten dreef, maar als ze er was, was het goed. Aan het eind van het weekeind was ik ook vaak blij dat ze weer ging, dan kon ik weer iets voor mezelf doen, zonder me rekenschap te hoeven geven. Bijvoorbeeld porno kijken. Eenmaal heeft ze me erop aangesproken, toen mijn zus mijn gewoonte verwoordde in de onschuldig bedoelde vraag: “Kijk je nog wel eens vieze filmpjes?” Ik wist dat het fout zat, want Ida had ooit een vriend gehad die wilde dat ze meekeek als extra seksuele stimulus en ze had er geen goede herinneringen aan. Thuisgekomen vroeg Ida waarom ik porno keek. Ze voegde er niet de vraag aan toe: “Kom je bij mij iets te kort?” Natuurlijk niet, want dan zou ze een onverwerkte ervaring moeten ophalen, de confrontatie met zichzelf aangaan en alsnog aan verwerking moeten beginnen. Gelukkig niet, want dan had ik “ja” moeten zeggen. Mijn antwoord luidde iets als: “Ja, soms, maar ik val jou er toch niet mee lastig?” Daarmee was de kous af. Geen gesprek, weg risico op confrontatie of vertrouwen. Trauma’s zijn er niet om verwerkt te worden, maar om zo diep mogelijk te worden weggestopt of weggelachen. Waag het niet om eraan te refereren, zelfs niet per ongeluk, want dan zijn de rapen gaar.
Ongastvrij
Ida werd gaande de relatie steeds minder gastvrij dat uitte zich het eerst in de seks. Toen ik haar daarop aanspraak, bleek zij dat een normale gang van zaken te vinden, hoewel ze voor mij slechts één langdurige relatie had gehad. In het laatste jaar ging ze moeilijk doen als ik bij haar op het toilet was geweest: heb je het raampje open gezet; goed doorgetrokken en als ik gekookt had wat ik meestal deed, ruimde ik tussendoor maar alvast zoveel mogelijk op. Poetste de vloer voor het aanrecht (als ze niet in de buurt was liefst met een vaatdoekje waarmee ze ook het aanrecht deed). Er mochten vooral geen resten in het afvoerputje achterblijven als ik haar riep om te komen eten, want dan gedroeg ze zich alsof ik in de gootsteen had gescheten. Ik had op zulke momenten het gevoel alsof ze een beetje vies van me was. Toen ik de geregelde toespelingen op mijn toiletgebruik zat was, voelde ik me zo ongastvrij bejegend dat ik haar heb voorgesteld dat ik dan voortaan maar bij de buren naar het toilet te gaan. Achteraf bezien gunde me in het laatste jaar van de relatie steeds minder, al zal ze het zichzelf nauwelijks beseft hebben. Of het nu om seks ging, rommeltjes achterlaten tijdens het koken, tot aan het gebruik van haar toilet. Ik vond en vind dat onbegrijpelijk van iemand die zei van me te houden.
Zaadangst
En dan gaat uiteindelijk ook de moeite die ze deed om zo min mogelijk zaad binnen te krijgen, zwaar tellen als ultiem gebaar van ongastvrijheid dat de verhoudingen schever en schever trekt. Ze werd in de loop der jaren wel steeds minder terughoudend, was zelfs trots op de vooruitgang die ze geboekt had, maar van harte kreeg ze het niet bepaald binnen. En dat terwijl ik alles van haar even lekker vond en niet alleen haar caramelgeurtje, zelfs als het niet lekker was. Het kwam van haar lijf en dus was het goed. Dat heb ik geleerd in zevenenhalf jaar relatie met haar, in elk geval als vrouw, inclusief Brabantse tongval, te aanvaarden en mooi te vinden. Als mens die naar mijn mening veel te weinig aan de relatie bijdroeg, wilde ik voortdurend van Ida af. Ik vraag me af wie, wie nu eigenlijk niet wilde. Ik haar zeker niet, maar zij was in elk geval emotioneel ook zo geblokkeerd door alle onverwerkte trauma’s die ze deels op mij projecteerde, zoals het porno-kijk-verhaal, dat ze mij de facto ook alleen maar wilde, als ik geen enkel pijntje uit haar verleden opriep. Ida aanvaardde mij als mens, zolang ik niet werkelijk contact met haar zocht en geen emotioneel beroep op haar deed. Zo bezien aanvaarde ze mij net zo min als ik haar, zoals ze was, maar zoals ik wilde dat ze was en zich gedroeg. Als man aanvaardde zij me veel minder dan ik haar aanvaardde als vrouw. Maar juist zij sprak van “liefde” en deed op het allerlaatste moment een appèl op “van elkaar houden”. Ze bewonderde mij, zeker in de eerste jaren, toen ze tegenover anderen vooral mijn mening verkondigde; iets waarvoor ik maar weinig respect kon opbrengen (wat ik overigens nooit gezegd heb). Ze bewonderde mij om mijn intelligentie en spitsvondigheden, die zonder dat ik het doorhad de kans op een serieus gesprek verkleinden (of ging ik gewoon bewust mee in “het maken van grapjes” om te voorkomen dat de tijd rijp werd voor een controversieel onderwerp of het doorbreken van een taboe). Het zal een wisselwerking zijn geweest. Ida wierp taboes op en door het gesprek niet aan te gaan voorkwam ik dat de sfeer ongemakkelijk werd en er meer taboes bijkwamen. Geen confrontatie dus, maar gezelligheid, geen groei met elkaar en op de lange duur geen basis voor een relatie. En de grote bliksemafleider: een kind hadden we niet. We achtten onszelf beiden niet tot opvoeden in staat, maar we mijmerden er wel eens over. Als het een meisje werd, zou ze Runeke gaan heten; een jongen werd “Rune”, Een keer hebben we in angst gezeten dat het zover zou komen. Ida’s ongesteldheid was zo regelmatig als en klok en daar vrijden we op. Eén keer bleef hij uit. De ongebruikte predictor heb ik nog.
Zelfbewust
Met mij sprong Ida veel verder dan haar intellectuele polsstok lang was. Met drie jaar managementopleiding achter de rug, waarvoor ik diepe bewondering had, naast beurtelings perioden van werk en werkloosheid, werden de intellectuele verschillen langzaam kleiner. Ida had het niet meer nodig om mijn mening te verkondigen naar anderen en was als vrouw zelfbewust geworden had veel bevestiging gevonden. Ik bewonderde haar vrouwelijkheid en was scheutig met complimenten. Af en toe had ik hoop dat het misschien toch nog wat zou worden. Het tegendeel was waar Ida had mij steeds minder nodig, ze deed met CKV iets wat ze leuk vond, voelde zich daardoor emotioneel steeds minder geconfronteerd met haar zwakten en trauma’s en werd daardoor minder wisselvallig en was minder geneigd zich terug te trekken. Ze leek mij cultureel, emotioneel en intellectueel steeds minder nodig te hebben. Tegelijkertijd werd ik in het laatste jaar van de relatie werkloos, dus kon en wilde ik haar financieel niet meer ondersteunen. Ik kocht nog wel brood en andere kleine dingen voor haar, gewoon om aandachtig te blijven, zoals het hoort bij levenspartners. Mijn inbreng, de zelfgekozen verplichting om voor haar te zorgen, bij gebrek aan wezenlijk contact en onvermogen om bij haar weg te gaan, viel weg, binnen een half jaar ongeveer.
Gedumpt
Ik ging geloven dat ik ten laatste aan het eind van haar opleiding door Ida zelf zou worden gedumpt, op een moment dat ze me echt niet meer nodig had. Zoiets had ze eerder bij iemand gedaan met wie ze zes jaar een relatie had gehad. Ze heeft wel netjes gewacht tot Rob een beveiligersexamen had gehaald om zich niet medeverantwoordelijk te hoeven voelen voor een eventueel zakken. Netjes, Rob had haar het vertrouwen teruggegeven dat ze in eerdere (korte) relaties en experimenten had verloren. Ze vertelde even afstandelijk over Rob, als over alles wat haar aanging. Ze had nooit van hem gehouden; het was een klein kalend mannetje, waar ze met haar lange slanke benen liever niet naast, maar vooruitliep. Zeker niet hand-in-hand, zoals Ida en ik altijd deden. Na twee jaar was ze hem al zat, maar ze hield het nog vier jaar vol. Bekend verhaal, vond ik. In de relatie met Rob kon ze in betrekkelijke veiligheid verder werken aan haar vertrouwen in, met name, mannen. Robs “vertrouwensboost” waardoor ze het ouderlijk huis kon verlaten heeft haar niet kunnen behoeden voor Anorexia en aansluitend gedragstherapie. Haar verhaal over ex-vriend Rob maakte enerzijds dat ik me minder schuldig voelde over de relatiebreuk die ik wilde gaan plegen; ze kreeg van mij immers ongeveer terug wat ze bij Rob had gedaan. Ik zag de relatie al jaren niet zitten en zette hem toch voort; ik wilde Ida hoe dan ook voor zijn en niet het gevoel hebben dat ik afgedankt zou worden, zoals Rob was overkomen. Ondanks alle tekortkomingen, heb ik me nooit gewaagd aan een vreemdgang, omdat ik Ida’s herstelde vertrouwen in mannen niet wilde beschamen en wist dat ik haar niet meer in de ogen zou durven kijken als het zou gebeuren. Eén onverwachte tongzoen van een ex-vriendiin (met wie het praten over seks in elk geval geen taboe was), maakte het besluit om te stoppen eenvoudig en definitief.
Exitstrategie
Tot aan “de zoen” ging ik achteraf bezien de spreekwoordelijke stok zoeken om de hond te slaan. Ik laste soms wel twee dagen van telefoonstilte in, terwijl we daarvoor elke dag belden, soms lang soms kort, soms over triviale dingen, soms over problemen op het werk of opleiding. Ida leek het prima te vinden, was druk genoeg met opleiding en werk ver van huis. Ze maakte lange autodagen, zodat ik in dat jaar vaker naar haar toe kwam dan omgekeerd. Het zichtcontact nam langzaam af tot eens per drie weken, op Skype en de webcam na dan. Zelfs onze vrije vrijperiode, zonder pil of condoom, maar vertrouwend op haar cyclus en onze rekenkunde, een paar dagen per maand, die ook nog eens in of rond het weekeinde moesten vallen, gingen steeds vaker, zonder poging tot samenkomst, stilzwijgend voorbij, En dat was veelzeggend, want die beperking had ons seksleven altijd fris gehouden, met wederzijds verlangen en soms uitgesproken verheugenis als Ida bijna in haar onvruchtbare periode zat en het tegen het weekeind liep. Het vertrouwen in elkaar en dat we er beiden op wilden wachten om er een feestje van te maken, was waarschijnlijk het mooiste uit de relatie dat we samen hadden. Ze voelde zich daardoor ook erg gerespecteerd in haar lichamelijke integriteit; iets wat voor haar erg belangrijk leek. Een belangrijke reden voor mij om mijn verlangens, buiten het gebaande pad, voor mezelf te houden. Ida vertelde wel eens op school tegen medeleerlingen dat we het zo “ouderwets” deden; ze was er trots op en genoot van het onbegrip dat ze ontmoette. Ook dat mooie kwam er steeds minder van, als je de gelegenheid niet te baat neemt en geen moeite meer doet om elkaar op het juiste moment te ontmoeten, gaan er zo drie “vruchtbare” maanden voorbij. En in het kader van haar drukke leven en opleiding kon dat zo maar gebeuren. Ik paste steeds minder in haar schema en ik zorgde ervoor dat dat zo bleef door contactstiltes in te lassen. Ik ging in de laatste drieënhalve maand bewust werken aan de stok om Ida op een geschikt moment van me af te slaan.
Minder steun
Het begin van mijn (toen nog partiële) werkloosheid, viel samen met de start van haar opleiding Culturele en Kunstzinnige vorming vlak na de zomerse periode van enkele weken echte nabijheid. Voor het eerst in bijna zeven jaar. Mijn inkomen daalde nog niet eens zo spectaculair omdat ik het grootste deel van mijn uren en salaris behield en over de verloren gegane uren WW ontving. Toch nam ik het als aanleiding (of excuus) om alleen nog in een noodgeval financieel bij te springen. Bij alle ongelijkheid aan inbreng die ik al die jaren had ervaren, kom ik eindelijk legitiem een daad stellen, minder vanzelfsprekend het meest betalen. Mijn inkomen was immers gedaald. De facto betaalde ik nog steeds veruit het meest, bijvoorbeeld aan de laatste vakantie, hoewel ik op dat moment volledig werkloos was geworden. Ik had veel te doen, wilde als zzp-er starten, maar ik ben me achteraf gaan realiseren dat ze geen moment heeft stilgestaan bij wat de werkloosheid voor mij betekende. Ze was gewoon te druk met haar nieuwe opleiding, die ze niet in de eerste plaats deed om haar kansen op de arbeidsmarkt te vergroten, maar gewoon omdat ze hem leuk vond.
Afbouw
Ik gaf naast de afbouw van mijn extra financiële bijdragen aan dat ik ook niet te veel tijd wilde steken in de hulp bij haar nieuwe opleiding. Kunstzin was mijn vak niet en ik zag het belang niet zo in van steun bij een opleiding die de financiële inbreng van Ida niet op korte termijn zou verbeteren. Sterker nog, ik meende dat ik door Ida’s keuze voor een “fun-opleiding” zonder redelijk beroepsperspectief, tot in lengte van jaren financieel voor haar zou moeten zorgen. Toch hielp ik haar, bijvoorbeeld bij het creatief brainstormen en toen ze zich onheus bejegend voelde door een examinator. Ze bleef uiterst kwetsbaar voor zware kritiek, die ze als directe aanval op haar persoon leek op te vatten. Mijn financiële en intellectuele inzet, die, met name de tweede fase van onze relatie had gekenmerkt toen ze haar managementopleidingen deed, bouwde ik in het laatste jaar bewust af.
Contact verbroken
Wat ik me te laat realiseerde was dat Ida op haar kunst- en cultuuropleiding nieuwe mensen vond die haar culturele input konden geven. Ook kwam ze tijdens deze opleiding, waar ze zich thuisvoelde, in een stabielere leeromgeving dan tijdens haar eerder studies. Een stabielere omgeving betekende dat Ida minder stemmingsgevoelig werd. De vier peilers van mijn ondersteuning: financieel, intellectueel, cultureel en emotioneel, waren daardoor binnen drie maanden onder de relatie weggeslagen: contact verbroken. Ze had er ook nauwelijks tijd of interesse meer voor. Het leek wachten tot zij de breuk zou aankondigen, of zelf toeslaan. Of zij zou breken, of ik, voor de afloop zou het niet uitmaken, besef ik bijna vier jaar later pas goed: uitmaken en elkaar daarna nooit meer zien of spreken. Zo is het gegaan.
Contactstiltes
Tegen deze achtergrond laste ik welbewust contactstiltes in die nooit langer duurden dan een dag of twee. Zo voorkwam ik dat ze vragen zou gaan stellen als: “Is er iets aan de hand? Je belt zo weinig, de laatste tijd”. Dat gebeurde nooit, zozeer was ze met zichzelf bezig. Zoals ze ook nooit iets leek te hebben gemerkt van mijn voortdurende twijfel aan de relatie na de beginfase. Als ze een weekeind verstek liet gaan of me wegens studieverplichtingen niet kon ontvangen dan paste dat uitstekend in mijn exitstrategie. Zo zagen we elkaar vaak drie weken niet en dan soms nog geen 24 uur inclusief overnachting. Dan kwam ik of kwam zij op zaterdagavond en gingen we er zondagavond weer vandoor. Gezellig en knus was het dan wel, lekker koken en een beetje knuffelen op de bank meestal en ’s middags iets leuks in de stad doen, een “Culturele zondag” bijvoorbeeld.
Eindelijk een gesprek
Ruim drie maanden voor het slotakkoord ben ik het gesprek aangegaan tijdens een dagje Maastricht. Ik gaf aan dat de relatie geen lang leven meer beschoren zou zijn als we elkaar zo weinig zouden zien. Ida’s reactie was: “de situatie is nu eenmaal zo” en zal de komende jaren zo blijven. Ik vroeg me af of ze doorhad dat ze met haar reactie het finale vonnis over de relatie had geveld, of dat ze gewoon te druk was met andere dingen om de ernst van mijn woorden tot zich te laten doordringen. Een kort moment overwoog ik voor te stellen om dan maar meteen te stoppen, maar ik durfde niet. Voor de zoveelste keer niet. We hadden op dat moment nog op een respectvolle manier uit elkaar kunnen gaan, nog geen vier maanden voor het definitieve, harde einde.
Familiebijeenkomst
Er veranderde niets, ik sleep wel verder aan mijn spreekwoordelijke stok en puntte hem verder bij. Ik nodigde Ida uit voor een familiebijeenkomst. Broers en zussen van mijn moeder, aardige lui, waar ik eens per jaar graag heenga. Het is voor Nederlandse begrippen redelijk ver weg, in de buurt van Coevorden, maar ik vergezelde Ida ook geregeld naar haar familie: voor mij altijd ver weg: diep in Brabant, of in Twente, maar ze wilde of ze kon niet. Haar “nee” stelde me oprecht teleur, omdat het één van de weinige keren was dat ik een beroep deed om zich te verdiepen in mijn afkomst en familie. Het paste wel prima in mijn verlatingsstrategie en ik sleep mijn stok flink bij. Ik drong wijselijk niet verder aan.
Geen zorg voor elkaar
Haar weigering met me mee te gaan is illustratief voor de vrijblijvende manier waarop we met elkaar omgingen. Een kleine drie jaar eerder, zo rond het begin van de gedoogfase werd ik ziek op een vakantieadres niet ver van huis. Ida had nog werkverplichtingen thuis. In die week waarin ik behoorlijk zware griep had, is van haar eventuele langskomen niet éénmaal sprake geweest. Ik herinner me dat haar wegblijven me teleurstelde, maar vergoelijkte dat met het argument dat het risico van haar te besmetten een bezoek eerder dom dan nuttig zou laten zijn. Als het er op aankwam, waren we er niet voor elkaar. Als Ida emotioneel in zak en as zat, dan kon en mocht ik haar niet steunen, omdat ze zich in zichzelf terugtrok. Stel je voor dat er een confrontatie met haar emoties van mijn bezorgdheid zou komen.
Allerlaatste vakantie
Tijdens de allerlaatste zomervakantie samen, groeiden we verder en verder uit elkaar. We fietsten nog wel samen op een Duits Oostzee-eiland met pittoreske dorpjes, maar het regende onophoudelijk, zodat van gezellig samen koken en buiten zitten ’s avonds niets terecht kwam. Ida ging vroeg slapen en ik zat te lezen in haar auto. En dat terwijl vakanties ons in andere jaren juist bij elkaar hadden gebracht. Op een avond had ze contact gelegd met onze Hamburgse buurkampeerders die een partytent hadden opgezet, waar je met een groep gezellig en rechtop kon zitten. Eén keer heb ik er bijgezeten en me ronduit voor Ida geschaamd, zoals tijdens het scheetincident in het park aan het begin van onze relatie. Onze gastheer vervaardigde kunstige huisvlijt op een niveau dat voor Ida herkenbaar kon zijn. Het wekte bij haar geen interesse op waarom en hoe hij de tekeningen maakte; daar vroeg ik naar. Het zette haar wel aan om honderduit te babbelen over de opleiding waarmee ze nu een jaar bezig was. Ik herinner me geen enkel moment van interesse voor onze gastheer en gastvrouw. Hieruit blijkt dat ze zich kort na de start van de opleiding Culturele en Kunstzinnige Vorming kunstenaar is gaan wanen. Het is als een zinsnede van Kees van Kooten: “Ik heb doctor Zhivago gelezen, dus je kunt eigenlijk wel zeggen dat ik arts ben”.
Blijkbaar zag ik pas goed wie ik voor me had nu ik de “mantel der liefde” en de instandhouding ervan voor een relatie zonder onmin, had afgeworpen. Ik was al die tijd “blind” geweest voor de echte werkelijkheid van Ida’s karakter en de blijvende impact van de diagnose Borderline voor haar sociaal functioneren.
Luisteren
Het lukte haar op dit punt niet om sociaal gewenst gedrag te vertonen, wellicht omdat weinig tegen haar gezegd wordt, dat ze zou moeten proberen ook naar anderen te luisteren, ook al was het maar uit beleefdheid, of omdat belangstelling tonen voor en empathie hebben met anderen moeilijk aan te leren of te veinzen valt. Nog één weekeind waren we daarna samen onderweg, waarbij we elkaar alleen nog ’s avonds voor het slapen gaan in de blokhut ontmoetten. Een stapelbed, dus hoewel ik naar haar aandacht verlangde, viel er op die manier niets goed te maken.
Uitgemaakt
Daarna hadden we elkaar, vooropgezet van mijn kant, weer drie weken niet gezien (zij zegde af in verband met studeerverplichtingen en het kwam mij prima uit). Ik begon mijn uitmaakpraatje met “We hebben elkaar nu weer drie weken niet gezien; ik wil de relatie graag stoppen.” Ze reageerde onverwacht laconiek, alsof ze het had zien aankomen met: “Dat is misschien wel het beste ja”. Ik stelde voor om meteen weer naar huis te gaan, maar dat hoefde niet. Ze leek berustend, ik kookte zoals meestal voor haar en bleef slapen. Aan de vertrouwde rechterkant van het bed, zodat ik op mijn linkerzij slapend naar haar toegedraaid zou liggen. Bij het ontbijt bekende ze dat ze onder de douche had staan huilen. We douchten heel vaak samen voor de gezelligheid, waarbij ik genoot van haar aanblik en vertederd raakte door de rode vlekjes die ze door de warmte steevast op haar bovenbeen kreeg, pal onder de vouw naar haar linkerbil en die weer wegtrokken terwijl ze zich stond af te drogen. Dat zou ik nu nooit meer te zien krijgen. Ik hoefde niet te huilen; ik was al maanden met het afscheid bezig geweest. Op dat moment had een geleidelijke overgang naar vriendschap er misschien nog ingezeten. Ik ging op haar verzoek zelfs nog mee naar het vijfentwintigjarig huwelijksfeest van Ida’s ouder broer. We spraken af dat ze nog tegen niemand zou zeggen dat het “uit” was. Ik was bang voor scheve gezichten en onbegrip van broers, zussen en moeder. Ik ging er op eigen gelegenheid heen op een heerlijk zonnige najaarsdag en weer alleen terug. Met Ida had ik net zo weinig contact gehad als met meeste anderen daar.
Inschattingsfout
Ten slotte heb ik misschien wel één van de grootste inschattingsfouten uit de hele relatie gemaakt. Ze vroeg me of ze bij me kon blijven slapen, omdat ze een trainingsdag in Utrecht had. Ik vroeg me af of dat wel kon, nu het afscheid nog zo vers was, maar hield mijn twijfels voor me, zoals ik zes jaar lang gedaan had en was gastvrij. Zoals vanouds kocht ik brood voor haar dat ze thuis in de diepvries kon doen en betaalde haar parkeergeld om zo haar portemonnee te sparen.
Bij terugkomst van de studiedag volgde het voorlaatste contact. We zaten zover mogelijk van elkaar af en ik had me voorgenomen dat ik haar geen schijn van kans zou geven om nog op de breuk terug te komen. Ik zei dat ik “intrinsiek niet zoveel van haar gehouden had”. Ik wilde na zevenenhalf jaar twijfel alles voor altijd stukslaan en zoals we tegenover elkaar zaten, was ze in een paar weken een wildvreemde geworden, met wie ik op dat moment geen enkel mededogen had. Ik koos voor mezelf, zoals Ida dat in haar therapietijd had geleerd en waardoor ze een stervende vriend aan zijn lot over had gelaten. Zij kwam met het verwijt van “autistische trekjes” aan mijn adres en haar verzuchting tegen beter weten in “maar als je toch van elkaar houdt?” Het klonk niet wanhopig, maar als de laatste roepgeluidjes van een merel naar haar mannetje, nadat ze door een kat is gegrepen en voor dood achtergelaten. Een zwakke roep, de lege ruimte in. Zo klonk: “maar als je toch van elkaar houdt: als een laatste ademtocht, die nergens meer op zou beslaan en zeker niet op mijn ziel.
Het einde was hard, bikkelhard en Ida hield die onvermurwbaarheid vol.
Werkelijkheid
De relatie ging voorbij zonder echt gesprek en eindigde in een omdraaiing van de werkelijkheid, zoals ik die ken van mijn laagopgeleide zussen en buurvrouw. Waar ik haar “Borderline” nooit aan de orde heb mogen stellen, kreeg ik op de valreep autistische trekjes toegemeten. Schriftelijk verweet ze me een “God-positie”, waarmee ze waarschijnlijk veronderstelde dat ik op haar en de wereld neerkeek. Wellicht drukte ze daarmee mijn gebrek aan bewondering voor haar creatieve vermogens uit. Hoewel ik me daar nooit expliciet over heb uitgelaten, zal ze gevoeld hebben dat ik haar creativiteit niet bijzonder hoog inschatte.
Schaamte
Net als tijdens de laatste vakantie, heb ik mij ronduit voor Ida geschaamd, na afloop van een optreden van een liedjeszanger. Ida had tijdens een cursus “Illustrator” een cd-hoesje ontworpen met als inspiratiebron het lied “Chanson”, met de verzuchting: “Alle mooie vrouwen heten Piet” in het refrein, waarmee de zanger zich afvraagt waar de “stoere vrouw” gebleven is. Tijdens de cursus was het ontwerpje erg goed ontvangen en Ida wilde het hem aanbieden of tenminste laten zien. Ze zal op een compliment gerekend hebben. Ik verwachtte er niet veel van. De kleinkunstenaar had zijn optreden op een ongekend ongeïnspireerde manier afgeraffeld, als opmaat naar een schnabbel elders, die hij klaarblijkelijk belangrijker vond. Meer nog: het ontwerpje leek verdacht veel op een oude lp-hoes “Shades” van J.J. Cale: een vrouwensilhouet + schaduw, gehuld in en gevormd door sigarettenrook. Ik heb Ida er niet vanaf gehouden om het ontwerpje aan te bieden. ik hoopte alleen dat de zanger haar niet zou zeggen dat het “ontwerp hem bekend voorkwam”. Dat gebeurde niet, maar ze kwam wel teleurgesteld bij me terug. Hij had alleen te berde gebracht dat het nummer niet “Alle mooie vrouwen”, maar “Chanson” heette. Ida heeft nooit meer naar zijn liedjes willen luisteren.
De gebeurtenis was kenmerkend voor het gebrek aan vertrouwen en contact tussen ons. Ze had al dan niet bewust een ontwerp: “afgekeken” en om een confrontatie te voorkomen heb ik mijn mond gehouden. Ik hoopte slechts dat ook de zanger, in zijn onwetendheid, haar niet per ongeluk zou confronteren, zoals eerder de diëtiste. Emotioneel leefde ik wel met Ida mee: ik vond de reactie van de schnabbelzanger bijzonder lomp.
Verwijten
Tegen uit de lucht gegrepen of onbegrijpelijke verwijten als “autisme” en een “God-positie”, kun je je niet verdedigen. Dat heb ik ook niet geprobeerd. En ze had genoeg aan haar eigen waarheid over mij, mailde ze ten overvloede, toen ze het contact definitief verbrak. En ook ik heb geen nuance meer nodig. Wat me het meest heeft gekwetst en dwarsgezeten in de afgelopen jaren is de totale bevestiging van alles wat er fout was in de relatie, na afloop ervan. De onmogelijkheid tot contact, haar onderkoelde afwijzing in woord en gebaar, alsof er nooit iets was geweest. Het besef dat vier jaar mbo- en hbo-opleiding en mijn ondersteuning daarbij intellectueel-argumentatief niet meer hebben opgeleverd dan het verwijt van “autistische trekjes” en een “God-positie”. Nooit eerder heb ik sterker beseft dat iemand als Ida nog zoveel kennis kan opdoen, maar dat een intrinsiek intellectueel plafond werkelijk inzicht en zelfinzicht ten ene male onmogelijk maakt. Het gevoel dat het allemaal voor niets is geweest en er evenmin iets verloren was gegaan als ik in de “twijfelfase” was gestopt. Dat verschillen in opleidingsniveau de kans om met elkaar in gesprek te komen er wel degelijk toe doen. Het opschrijven en publiceren van dit verhaal, zonder dat ze er weet van heeft, is niet alleen tekenend voor de periode na, maar ook tijdens de relatie. Alles wat Ida mogelijk onwelgevallig zou kunnen zijn, verzweeg ik ook toen al en dat doe ik tot de dag van vandaag.
Ik heb op basis van deze ervaring een soort checklistje gemaakt waaraan een relatie minimaal moet voldoen:
- Nooit meer intrinsiek mbo-niveau.
- Nooit meer iemand die ver weg woont (zodat je bij elkaar op de koffie kunt “als er wat is” en uitgepraat moet worden”).
- Nooit meer iemand met een diagnose en geen gehandicapte vrouwen meer.
- Iemand past op belangrijke punten in het profiel ”openhartig” is openhartig en niet een emotioneel gemankeerde vrouw zonder empathisch vermogen.
En ik ga er ook werkelijk naar vragen en ook naar haar verleden. En wel voor er iets ontstaat en ga de punten daadwerkelijk meewegen bij het al dan niet aangaan van een relatie.
Ware gezicht
We hebben elkaar op de valreep ons ware gezicht laten zien; we hadden beide niets meer te verliezen, noch te winnen. We hadden ons gedurende de hele relatie veel beter voorgedaan dan we waren. Ik heb haar gezegd dat “ik intrinsiek niet voldoende van haar hield, maar ter compensatie goed voor haar gezorgd had” en zij na afloop van de relatie in toonloze mailtjes, waarmee ze eerder de gebeurtenissen uit haar verleden had beschreven. Ze vroeg ook hoe lang ik al had rondgelopen met de gedachte om de relatie te verbreken. Daar heb ik wijselijk geen antwoord op gegeven, maar het geeft aan dat ze de strekking van het woord “intrinsiek” heel goed aanvoelde. Ik gebruikte het bewust als eufemisme voor “ik heb nooit echt van je gehouden” om zo een veel te late confrontatie te vermijden. Er viel toch niets meer te redden en ik wilde hoe dan ook van haar af. Een week of zes na afloop van de relatie, belde ik nietsvermoedend op om te informeren hoe het met haar ging. Had ik beter niet kunnen doen. Het werd een ultrakort verkeerd-verbonden-gesprekje van onderkoelde desinteresse met iemand die ik nooit had gekend. Ik had niet het gevoel dat ze voor die toon moeite hoefde te doen. Dat was wat me toekwam. Het was de toon van iemand die emotioneel de knop had omgezet, of beangstigend goed deed alsof. De toon van iemand afwezig was geweest aan het sterfbed van een vriend. Voor Ida geldt alleen de inschatting of haar gedrag sociaal wenselijk is. Mededogen hoort daar niet bij, eigenbelang wel.
Verkeerd verbonden
Verkeerd verbonden waren we gedurende de gehele relatie, die feitelijk een afspraak van lichamelijke trouw was en om geregeld voor de gezelligheid bij elkaar te komen. Het gevoel verkeerd verbonden te zijn; iets dat ik 7,5 jaar heb weten te verbergen en Ida nooit lijkt te hebben gemerkt. Pas tijdens het laatste gesprek heeft ze het vermoed. Wat ik heb gehoopt en verwacht is dat de relatie zou eindigen in een “zachte landing”. Dat dat niet is gelukt, wijt ik volledig aan de houding van Ida. Het toont voor mij aan dat er in 7,5 jaar relatie niets is ontstaan, niets is om op terug te zien en niets om in liefde te bewaren. En daarover zijn we het waarschijnlijk eens. Ik klamp me vast aan de gedachte dat ik het ooit anders, beter heb meegemaakt.
Sociaal wenselijk gedrag
Genegenheid was bij Ida een flinterdun laagje van sociaal wenselijk gedrag. Toen ik niet meer beantwoordde aan de verwachtingen, had ik onmiddellijk en totaal afgedaan. Behalve haar nauwkeurig afgebakende genegenheid tijdens de relatie en haar geringe behoefte aan contact, werd na afloop ook haar latente chagrijn zichtbaar; in verwijtende mailtjes, afgemeten briefjes een zielloos laatste telefoongesprek en de manier waarop ik mijn huissleutels en spulletjes terugkreeg die nog bij haar lagen: als kerstpakket vermomd per post. Deze afloop deed me beseffen dat er van werkelijke interesse harerzijds nooit sprake is geweest. Tot het schrijven van dit verslag heb ik daardoor tweeënhalf jaar emotioneel volledig geparkeerd gestaan. Het besef van de totale kansloosheid in 7,5 jaar relatie, en niet alleen door mij, heeft me een gevoel van wanhopige machteloosheid gegeven, waardoor er meer dan een jaar lang vrijwel niets uit mijn handen is gekomen. De empathieloze manier waarop Ida is afgehaakt, had me niet harder kunnen treffen.
Mildere borderline
Korte tijd later kreeg ik om het einde te bezegelen allerlei kleinigheden teruggestuurd vermomd als kerstpakket, zoals onderbroeken en toiletspullen. In de “twijfelfase’ van de relatie, zes jaar eerder, had ze iets dergelijks gedaan: als symbool een kapotgeslagen fotolijstje met gescheurde foto, inclusief scherven toegestuurd. Alsof ik dood was of dood moest. Achteraf bezien had ze me toen al doodverklaard en niet pas na afloop van de relatie. Haar doodverklaring was niet symbolisch, zoals ik abusievelijk dacht, maar kwam overeen met haar werkelijkheid van dat moment. Van toen af was elk wederzijds vertrouwen verdwenen en gaven we elkaar alleen nog het voordeel van de twijfel. Ze hoefde mijn dood nog slechts te effectueren en daarvan gaf ze blijk kort nadat ik het had uitgemaakt in een toonloos verkeerd-verbondengesprek waarvan voor mij geen enkele herkenning uitging (Zonder dat ik het besefte, zijn we trouwens altijd verkeerd verbonden geweest; nabijheid was er alleen in de seks) en tijdens laatste aan-elkaar-voorbijgaan in Woudrichem, augustus 2013 toen ze mijn aanwezigheid wegdissocieerde.
Het is niet erg om dood te zijn. Het is pas erg om dood te zijn en vergeten. Het is onverdraaglijk om vergeten te zijn, terwijl je leeft.
Deze keer waren mijn spulletjes heel: ze had werkelijk bijgeleerd, concludeerde ik, of ik was al dood. Twee soortgelijke acties, zonder risico op confrontatie met een tussenruimte van zes jaar, laten mooi zien dat Ida’s Borderline inderdaad milder is geworden, zoals de psycholoog veronderstelde, maar ook dat we samen niets van betekenis hebben bijgeleerd, noch gemeenschappelijke groei hebben doorgemaakt.
Gedeelde verantwoordelijkheid
Ida was in hoofdzaak verantwoordelijk voor het feit dat er de facto nauwelijks contact was vanwege de taboes die ze opwierp over alle pijnlijke onderwerpen uit haar verleden; ik paste me daarbij aan, door op voorhand elk onderwerp dat mogelijk controversieel zou kunnen zijn uit de weg te gaan. Zo kwamen we in een neerwaartse spiraal van contactloosheid terecht. Mijn denken in tekorten en ongelijkwaardigheid zorgde ervoor dat de relatie niet en steeds minder in mijn behoeften voorzag. Ik leefde voortdurend met het gevoel dat de inbreng ongelijk verdeeld was. Doordat ik haar gewoon niet leuk, mooi en interessant genoeg vond, bood ze, naar mijn gevoel, veel te weinig compensatie voor mijn inbreng. Wat ze te bieden had, was me niet genoeg. We wisselden in gelijkwaardigheid seks en gezelligheid uit; de rest kwam van mij. Ik ging ook steeds meer beseffen dat ze er niet voor mij zou zijn, als ik er een keer echt nodig zou hebben, bijvoorbeeld bij het overlijden van mijn ouders. Daarvoor werd Ida te zeer door zichzelf in beslag genomen. Het bewijs voor mijn eventuele gelijk heb ik gelukkig nooit gekregen: mijn ouders leven nog. Als ik echt van haar gehouden had, zou ik geaccepteerd hebben wat ze me te bieden had en me neergelegd bij de minpunten. Ik ervaarde al die jaren vooral het tekort. En ik had weinig bewondering voor haar (uitgezonderd haar supervrouwelijke figuur). Niet voor haar zelfgeproclameerde creativiteit, niet voor haar Brabantse accent (dat me altijd min of meer is blijven tegenstaan). Wie van de twee het zwaarst weegt in de mislukking, kan ik niet overzien. Was ik wel van haar gaan houden als er werkelijk contact en vertrouwen was geweest? Dan was het waarschijnlijk op vriendschap uitgedraaid. Met name de intellectuele verschillen, waardoor ik nooit met haar kon sparren, waren gewoon te groot.
Uiteindelijk waren we beiden in gelijke mate verantwoordelijk voor het gebrek aan oprechte wederzijdse interesse: Zij door haar narcisme; ik doordat ik haar niet interessant genoeg vond om me in te verdiepen. Anders geformuleerd: zij had te weinig vertrouwen in mij om vertrouwelijk te worden en ik waardeerde haar niet zoals ze was.
Spijt
Waar ik spijt van heb, is dat ik haar jarenlang aan het lijntje heb gehouden in een relatie die ik niet wilde en waaraan ik me evenmin durfde te ontworstelen. We hebben elkaar wellicht van interessantere bezigheden afgehouden. Ik troost me met de gedachte dat ik optimaal voor haar gezorgd heb.
Vrijgezelle vrouw
Als ik haar nu tegenkom op Linkedin en andere websites, meen ik dat ze als hernieuwd vrijgezel weer een deel van haar vrouwelijkheid heeft ingeleverd. Ik zie een flets gezicht uit de begintijd van onze relatie, waarin het chagrijn gedrukt staat van de vrouw die iets permanent dwars zit in het leven. Zoals ik haar af en toe heb leren kennen, maar ik kan me ook vergissen.
Stinkende wonden
Zevenenhalf jaar vergooid en nu al tweeënhalfjaar verwerkingstijd waarin heel veel energie is gaan zitten. Tien jaar van onvermijdelijk leerproces van de zachte heelmeester die stinkende wonden heeft gemaakt? Bij mezelf en bij een ander? Ben ik er sterker door geworden of alleen maar teleurgesteld, niet bereid om ooit nog binding aan te gaan? Ik weet het niet.
PS: Op de avond dat ik deze analyse plaats, constateert de barvrouw in mijn favoriete muziekcafé dat ik “heel ver weg ben”. Ik had me blijkbaar zichtbaar teruggetrokken in de overweging dat de relatie evenmin geslaagd zou zijn als ik echt van Ida gehouden had, zij had immers haar taboes nog waar ze nooit overheen zou stappen. Haar zus twitterde op 5 februari: “Ik doe van alles, zolang ik maar niet in rust kom. Emotie wil eruit en m’n oude patroon om de pijn te omzeilen is er weer even.” En dat kenmerkt “Borderline Ida” in het kwadraat. Zus Mariëtte, beschikt blijkbaar over de zelfkennis haar tekortkoming bij te schaven en desondanks een vaste relatie te onderhouden, Ida niet. Is de capaciteit tot zelfinzicht het verschil tussen intrinsiek mbo en hbo-niveau?
Andere fasering en samenvatting
Behalve de “twijfelfase” die ongeveer anderhalf jaar duurde, de gedoogfase van ruim 4 jaar en de eindfase van een half jaar, is ook een andere aanduiding van de periodisering mogelijk, namelijk:
– Gebrek aan bewondering;
– Gebrek aan contact en gesprek;
– Gebrek aan vertrouwen.
Deze periodisering komt overeen met de andere, en is benoemd naar een overheersend kenmerk, waarvan ik me in die periode meer bewust werd.
Bewondering kwam pas voor haar volhardendheid in het volgen van haar drie opleidingen, maar ontbrak voor haar knutselwerk, haar slonzig taalgebruik en haar aanvankelijke vrijgezellemanieren.
De door haar in de eerste anderhalf jaar opgeworpen taboes, van borderline tot seks, maakte dat ik op mijn hoede raakte en elk gesprek uit de weg ging, ook omdat de twijfel over de relatie me nooit losliet en ik dat niet wilde laten merken, tot ik de moed vond er een eind aan te maken.
Het laatste half jaar werd mijnerzijds gekenmerkt door gebrek aan vertrouwen; dat het ooit nog zou beteren; dat er ooit wezenlijk contact zou ontstaan; dat ze er voor me zou zijn als dat nodig was. Op grond van dat besef ben ik welbewust gaan toewerken naar het relatie-einde.
Een jaar later
Ruim een jaar na publicatie van de eerste versie van dit verhaal in februari 2013 ben ik tot de conclusie gekomen dat ik de relatie precies op tijd heb verbroken; ze in elk geval niet veel langer had moeten duren. Door mijn werkloosheid vanaf het voorjaar van 2010, was ik in elk geval niet meer in staat om Ida financieel te ondersteunen, zo ik dat al gewild had. Het laatste kwart van 2010 en 2011 had ik, na het afscheid van Ida, de gelegenheid om aan mijn eigen ontwikkeling te werken. Ik deed dat onder andere met een communicatietraining en het uitwerken van een webtoepassing. Ida werkte in die tijd aan haar kunstopleiding. In de loop van 2012 raakte ik ontmoedigd door het gebrek aan voortgang van mijn webproject en het voortwoekerende besef dat 7,5 jaar poging tot relatie met Ida beiderzijds een kansloze missie was geweest; een besef dat leidde tot aanhoudend zelfverwijt over de zinloos lange duur van de relatie dat mijn verwerking belemmerde. Waar ik in 2012 in een vorm van lethargie en berusting verviel, moet Ida wederom een periode van werkloosheid hebben doorgemaakt. Voor haar waarschijnlijk eens te meer een reden om zich op zichzelf terug te trekken, zoals ik haar gedurende de relatie ook had leren kennen als ze het moeilijk had, terwijl ik haar er te enenmale van verdenk dat ze mij nooit de steun zou geven die ik haar gegeven heb. 2012 zou een jaar geworden zijn waarin we elkaar niets meer te bieden zouden hebben: een werkloze en een moedeloze; de één onwillig om te steunen en de ander onmachtig; in de weekeinden onder één dak en in één bed. Door de relatie in de loop van 2010 te verbreken, hebben we elkaar in 2011 tenminste niet van leukere dingen afgehouden. Als ik het niet gedaan had, zou Ida de breuk ten laatste in de loop van 2012 geforceerd hebben. Dat het afscheid eind 2010 dus op tijd kwam zie ik pas nu in april 2014, nu ik voldoende afstand heb gewonnen.
Zoals mijn zus opmerkte over haar en haar echtgenoot: “Hij zegt van me te houden, maar we zijn niet eens vrienden”. Ik voeg eraan toe voor Ida en mij: “En nooit vrienden geweest ook”.
Benadeeld
Achteraf bezien, denk ik dat Ida veel meer dan ik ooit beseft heb, in het gezin tussen wal en schip is gevallen, als kind dat niet wilde leren, niet wilde voldoen aan de wensen van redelijk ambitieuze ouders die zelf waarschijnlijk vonden dat ze kansen hadden gemist om te studeren en het desondanks zelf redelijk ver hadden geschopt (vader was ingenieur bij Philips, moeder druk met haar verstandelijk gehandicapte kind en het opzetten van een mantelzorgorganisatie rondom hem heen). Ida’s ouders richtten zich op zwakke Herman en oudste zoon die wel wilde deugen en arts wilde worden en de jongste. Ida en broer Durk vielen buiten de boot. Durk werd geslagen, Ida genegeerd (naar eigen zeggen mocht ze met pijn en moeite een opleiding tot zweminstructeur volgen).
Terloops liet ze wel blijken dat ze zich door haar ouders misdeeld en miskend had gevoeld, nauwelijks serieus genomen en achtergesteld ten opzichte van haar oudere broer. Bij jongere broer Durk droop de frustratie over de houding van vader gedurende zijn jeugd eraf, Ida hield haar onvrede over het algemeen voor zichzelf, op bepaalde momenten na dan. Zo’n moment was na het overlijden van haar vader, toen ze ontdekte dat haar ouders allesbehalve armlastig waren en haar vader elke maand een ruim pensioen kon opmaken. Ze zette dat af tegen de karigheid die zij in haar jeugd had ervaren tijdens het volgen van een opleiding. Van wat ze me erover vertelde, op haar eigen, afstandelijke manier, doorvoelde ik de dramatische lading niet die er achter zat, waarschijnlijk dezelfde wrok die ik bij broer Dirk wel herkende. Wat me wel bevreemdde in haar oordeel over de financiële positie van haar ouders ten tijde van het overlijden van vader was de hardheid van het oordeel: haar ouders’ gebrek aan bereidheid om het met hun kinderen te delen. En dat zo kort na het overlijden van vader.
Erfenis
Waar Ida al haar trauma’s gewoonlijk zorgvuldig verborgen hield, toonde zij haar boosheid en frustratie plots ongeremd, zelfs met terugwerkende kracht nog, toen ze zich direct financieel benadeeld voelde. Wel heeft ze na het overlijden van vader het contact met haar moeder aangehaald en haar, voor zover ik weet geen verwijten gemaakt.
Moeder heeft de kinderen uiteindelijk een voorschot op de erfenis gegeven: vijf maal ruim 4.000 Euro. Omdat Ida voor een dergelijk bedrag in het krijt stond, omdat ik negen maanden lang haar huur had voorgeschoten in verband met een langere werkloosheidsperiode, vroeg ik haar een deel van het bedrag terug. Daar deed ze moeilijk over; ze wilde het graag zelf houden. Ze maakte uiteindelijk zo’n 1.200 Euro over, naar ik vermoed met tegenzin. Omdat ik altijd voor haar had klaar gestaan, ook financieel, stelde me dit zeer teleur. We hebben het nooit meer besproken, maar ik raakte voor het eerst doordrongen van de gedachte dat Ida er niet voor mij zou zijn als ik haar echt nodig had. Haar onwil om uit eigener beweging haar financiële meevaller met mij te delen, tastte mijn vertrouwen in haar ten diepste aan, al besefte ik dat pas veel later. Uiteindelijk heeft ze het hele bedrag netjes terugbetaald. Fatsoen heeft ze wel, al was het maar om het contact definitief te kunnen verbreken. Dat is immers lastig met een openstaande schuld.
Gepest en terecht gewezen
Waarschijnlijk is Ida al vanaf de lagere school gepest met haar afwijkende gezichtstrekken; een éénling, die weinig vrienden had net als toen ik haar leerde kennen. Een meisje dat aandacht vroeg die ze thuis niet kreeg en veel door leraren terecht gewezen werd voor ongedurig en onrustig gedrag in de klas, waar toen nog geen etiket voor was. In het vervolgonderwijs (Inas) zou haar onrust zich geuit hebben in spijbelen en het initiëren van “gein trappen” op school. Of ze toen nog gepest werd weet ik niet. Reden genoeg voor ouders om haar zoveel mogelijk links te laten liggen als onhandelbaar en hun aandacht te richten op de drie kinderen die “hun best” deden. Vandaar ook de onderhuidse wrok van miskend zijn die ik bij Durk heb bespeurd, met name naar vader. Nu begrijp ik ook pas goed hoe onveilig en onbegrepen Ida zich moet hebben gevoeld tijdens haar eerste jaar mbo-opleiding toen ze haar plek moest bevechten in een gevestigde groep studenten en dat ze zich aangevallen voelde door haar beoordelaars in het eerste jaar CKV en zich afwerend opstelde als een meerdere vernieuwingen en trainingen voorstelde om Ida beter te laten functioneren op haar werkplek. Nu is me eigenlijk pas duidelijk wat ze wilde compenseren met haar Anorexia: gebrek aan regie over haar leven en zich niet gewaardeerd en onveilig voelen. Bij mij wilde ze zich ook veilig en vooral gewaardeerd voelen. Voor het eerste heb ik in elk geval heel erg mijn best gedaan; het gevoel van waardering heb ik haar alleen kunnen geven voor zover het haar vrouwelijkheid betrof; haar fysieke aantrekkingskracht, meer niet.
Januari 2015
Sinds mijn wekelijkse bezoeken aan 93-jarige Tne, slaag ik erin de positieve punten uit de relatie te laten prevaleren. Tine beziet de mensen die ze in haar omgeving heeft (gehad) in mildheid, ook de man van wie ze al lang geleden gescheiden is. Door haar lukt het me sinds kort de aandachtige seks die Ida en ik hadden op waarde te schatten, evenals onze ontspannen vakanties en relaxte autoritten, waarbij de nabijheid bestond uit mijn hand op haar warme, ronde rechterbovenbeen.
April 2015
Het volgende schreef ik aan een vriendin:
Aandachtige seks is seks die wederzijds met grote toewijding wordt gegeven, in de onuitgesproken veronderstelling dat het in de behoefte van je counterpart voorziet, maar dat is niet belangrijk, alleen mooi meegenomen. Hoofdzaak is dat het gezellig blijft, ofwel het ongezellige onuitgesproken. Gezelligheid is dus de afwezigheid van ongezellige gespreksonderwerpen zoals “vrede” in onze tijd de afwezigheid van oorlog is. Dat “aandachtige seks” ondanks de goede wil, mogelijk niet in de behoefte zou kunnen voorzien, is te confronterend om te bespreken. “Naar vermogen je best doen” moet in dit geval voldoende zijn. Het spreekt voor zich dat “aandachtige seks” niet per sé hetzelfde is als goede seks. En in deze definitie ligt dan tevens de kern van het manco van mijn laatste relatie besloten, voor zover het om het aandeel van mijn ex-vriendin gaat. Het duurde een paar jaar voordat ik dat door had, onder woorden kon brengen en vervolgens verwerken.
Hechtingsangst
Ida’s grootste problemen waren een rusteloos en overheersend met zichzelf bezig zijn en haar onverwerkte trauma’s. Wat we deelden, zonder het bijtijds en volledig bij elkaar te onderkennen, was een enorme hechtingsangst.
Kernprobleem
Het kernprobleem van een relatie met Ida is, en dat geldt zowel voor een arbeids-, vriendschaps- en liefdesrelatie, dat hij structureel meer energie kost dan zij erin steekt. Het valt te betwijfelen of ze zelf doorheeft, hoe fnuikend het is dat ze alle energie nodig heeft om haar eigen emotionele roer recht te houden. Deze constatering staat waarschijnlijk niet los van het feit dat ik haar als mens niet inspirerend genoeg vond. Ook haar inspiratie beperkte ze namelijk tot zichzelf. Maar het met zichzelf bezig zijn was waarschijnlijk niet de doorslaggevende factor om met de relatie te stoppen; dat was m.i meer een optelsom van haar gebrek aan investeren in de relatie, dat me gaandeweg steeds meer ging dwarszitten; haar gebrek aan inspiratie dat me steeds meer ging vervelen; de voorspelbare patronen van “contactmijden” waarin we samen ronddraaiden; haar onvermogen om zich in gezelschap te bewegen, doordat ze zich alleen in haar eigen “ditjes en datjes” kon verplaatsen; haar geringe intellectuele scherpte, slonzige Brabantse tongval, waaraan ik niet kon wennen en kinderlijk gebrek aan zelfkritiek, waardoor ze zich anno 2019 zonder gêne afficheert als kunstenares; dat was wat me belette haar als mens te bewonderen, maar in de allereerste plaats mijn eigen onvermogen om haar te aanvaarden zoals ze was, laat staan lief te hebben.
Gemeenschappelijkheid
Na meer dan vijf jaar realiseer ik me pas goed hoeveel we gemeen hadden: een vergelijkbare levensopvatting; noodgedwongen einzelgängerschap en een ontwikkelingsachterstand als gevolg van onze wederzijdse beperkingen waardoor we beiden geen carrière hebben gemaakt. Wat zou er gebeurd zijn als we die verwantschap tijdig in elkaar herkend hadden? Zou dat de vertrouwensbasis hebben geschapen, die er altijd aan ontbroken heeft? We hadden elkaar kunnen troosten en bemoedigen, maar we deden het niet. Nog steeds niet weg is het machteloze besef dat ik haar noch gedurende de relatie, noch erna, heb kunnen bereiken; dat de relatie niet meer dan een rimpeling in de vijver was; een onvermijdelijk leerproces, met alleen geschiedenis en geen enkele toekomst of vooruitzicht, ondanks wat we gedeeld hebben. Alleen iets om te bewaren, niets om op voort te bouwen en daar leg ik me slechts knarsetandend bij neer.
22 maart 2017
Vandaag doorzocht ik de bijlagen in mijn e-mailbox over de periode 2008-2010 voor een ex-werkgever. Ik kwam veel mail van Ida tegen, bijvoorbeeld met tips en correcties op een businessplan dat ze moest maken. Ik word er niet alleen aan herinnerd hoe ik me voor haar inzette, maar de correspondentie haalt de machteloosheid over de afloop en het gemis weer onverwacht dichtbij.
Een collega gaf mij onderstaand eenvoudige gedragsschema dat Ik voor Ida heb ingevuld. hoewel ik het proces al eerder omschreven heb, en de onneembare emotionele horde die de Borderline-diagnose voor haar vormt om haar gedrag aan een nieuwe situatie aan te passen, is de visuele samenballing van haar problematiek, zes jaar na het afscheid nog steeds confronterend voor me.



28 maart 2017
Op gevaar af dat ik het al eerder zo omschreven heb. Ida werd in haar eerste werkkring als badjuf zo erg gepest dat ze ermee moest stoppen en haar ouders namen haar zo weinig serieus dat ze nauwelijks een opleiding mocht volgen. Waarschijnlijk is ze in haar mavo-tijd evengoed gepest met haar lange, smalle gezicht en drukke gedrag. Op haar zestiende dan nog de zware aanranding door de buurman. Om haar gevoel van eigenwaarde op te krikken heeft ze kort na haar dertigste anorexia ontwikkeld. Ze vertrouwde daarna niemand meer: mij niet, docenten en studiegenoten niet, werkgevers niet, collega’s niet en potentiële vrienden niet. Ze stelde zich bewust onbereikbaar op; vond dat ze genoeg aan zichzelf had gewerkt. Haar Borderline-stoornis vormt het glazen plafond waardoor ze niet beseft dat ze zonder contact volkomen alleen komt te staan: zonder echte vrienden, zonder vast werk en zonder familie. Alleen met kinderen en jongeren met wie ze graag werkt, kan ze overweg. Ze willen niet weten wie Ida is, zijn evenzeer als zij op zichzelf gericht en vormen daardoor geen risico op confrontatie met zichzelf. Voor een werkgever is zij op den duur niet te handhaven om dat een kritisch gesprek, zelfs opbouwend bedoeld, niet met haar te voeren is. Waarom heb ik niet bijtijds ingezien dat Ida zich levenslang bedreigd voelt, ook daar mij? En ze daardoor elk gesprek, elk wezenlijk contact en elke confrontatie uit de weg gaat.
Vandaar haar strategieën om het gesprek met andere volwassenen en daarmee de potentiële confrontatie met zichzelf en haar verleden te ontlopen. Ik troost me met de gedachte dat ik haar nooit bereikt zou hebben, alleen van me af gestoten, als ik wezenlijk contact met haar had gezocht. We vergenoegden ons met aandachtige seks en gezelligheid. Tot ik daar niet meer genoeg aan had.
4 maart 2018
Mijn moeder is vandaag 79 geworden. 4 dagen vanaf nu kreeg ik je eerste opgewonden briefje. Jouw moeder is al meer dan vijf jaar dood. Ik heb nog meegemaakt dat ze steeds meer in de war raakte. Nu besef ik pas hoe lang 7,5 jaar samenzijn is, nu we elkaar al weer 15 jaar geleden ontmoet hebben en nooit meer gesproken. Het blijft pijn doen de rouw en het verlies duurt even lang. of jij het nu bent, of Bobo, of wie ik dan ook heb gekend. Mijn verdriet en machteloosheid duurt eindeloos.
10 mei 2018
Op de tweeëntwintigste sterfdag van mijn enige zelfgekozen liefde tot nu toe, reisde ik af naar Velden waar je een “indrukwekkende tentoonstelling” had, aldus de website van glaskunstenaar Herman Marissen. Hij moet je wel graag bij zich willen houden: ik zag een in elkaar gefrunnikte lappen pop, nog het meest lijkend op een ingebakerde mummie, kris-kras bestikt met paars-blauwe draden, waar je o.a een jurk, viltwerk en een kop mee gemaakt hebt en kleine kussentjes met foto’s erop gedrukt van delen van menselijke gezichten, handen en delen van ledematen. Het zag er armetierig uit vergeleken bij de robuuste houten beelden die in de tuin stonden. In alles wat ze doet zie je de levensonrust en stuurloosheid terug. Ze afficheert zich als “gedreven projectmanager”, maar dat kan ze natuurlijk helemaal niet. De niet-waargemaakte beloften zullen haar op elke werkplek opbreken, naast haar onwil om te communiceren.
Ik vermoedde al eerder dat deze Herman wel eens je nieuwe relatie kon zijn. Toen ik op je toeliep, kon je me niet negeren of weg-dissociëren: “Dag Arthur”, klonk het op een oprecht ongeïnteresseerde, blijvend door mijn ziel snijdende verkeerd-verbonden toon. Wat kan ik toch voor verschrikkelijks gedaan hebben, behalve dat ik het niet zachtzinnig heb uitgemaakt? Je zus stond in de buurt en ze stelde zich aanspreekbaar op, in tegenstelling tot vroeger, toonde zich zelfs tot tweemaal toe verrast. Toen ik je vroeg of je nog “in de Vogelenbuurt” woonde, drukte je elke vermoede mogelijkheid tot contact mijnerzijds de kop in met de mededeling dat je al twee jaar samenwoonde met de glaskunstenaar. Dat was de hele conversatie tussen ons. Herman leek me een aardige vent, lang en rijzig, net als de partner van mijn eerste lief. Beiden kunnen een ruime mate van materiële levensruimte bieden, iets wat ik nooit zal kunnen, en iets dat mijn ex-en zelfstandig nooit zouden kunnen verwerven. En dat besef deed pijn in de trein huiswaarts. Ik ontmoette Ida zowel als Lia in een levensfase dat we iets voor elkaar overhadden; wellicht van elkaar moesten leren. Ik zie nu des te beter dat deze relaties ook moesten eindigen; die met Ida had al zoveel te lang geduurd dat we elkaar van “leukere dingen” gingen afhouden. Een Borderliner en een kunstenaar: twee karakters die vooral met zichzelf bezig zijn; dat kan lang goed gaan. Gesprek onnodig. Ik zag in huis geen overwegende belangstelling, zoals bij mijn vrienden Dick of Tim, niet voor boeken, meubels of muziek, uitgezonderd zijn glaskunst. Waarschijnlijk passen ze intellectueel veel beter bij elkaar dan Ida en ik: kunstenaar mag iedereen zich noemen. Al Googlend blijkt dat hij “vrijetijdskunstenaar” en eigenlijk vooruitstrevend managementconsultant, o.a bij “Flying Eggs”, waar Ida haar professioneel profiel heeft laten maken. Partner Flying Eggs Hij was volgens eigen zeggen dan wel één van de eersten met een post-hbo-nieuwe media opleiding, maar de mappenstructuur van hun website is anno 2018 nog gewoon openbaar toegankelijk en dat is al zeker drie jaar het geval: wp-content”> wp-content. slordig en waarschijnlijk in strijd met de EU-privacy-wet. Aan de mappenstructuur kun je zelfs zien dat de site vanaf mei 2015 in de lucht is ! Een echte creatief denker is het wel en voor zulke mensen heb ik hoe dan ook bewondering. In de korte kennismaking tijdens Ida’s expositie, waar ik veronderstelde dat glasblazen “een moeilijke kunstvorm is” en op mijn vraag “of hij ook wel verkocht”, liet hij zich ontvallen dat het huren van een glasblazerslocatie hem “een ton” per jaar kost. Veelzeggend.
Als nieuwe media specialist en management- consultant niet afraadt zich niet op Linkedin te afficheren als “2e docent”, een verliezersplaats voor docenten die net iets minder goed zijn dan de eerste, is mij een raadsel, evenals hoe hij haar kan aanraden mee te werken aan een presentatie op een app als Layar, zonder daaraan verder ruchtbaarheid te geven op Internet. Blijkbaar is Ida hier een “proefproject” voor het bedrijf Flying Eggs waar hij partner is. En helemaal onbegrijpelijk vind ik dat hij haar niet behoed heeft voor een slecht voorbereide videopresentatie op een coachingswebsite via Vimeo. Pure personal anti-branding. Blijkbaar heeft hij het te druk om daarop te letten; en is het implementeren van een slimme managementstrategie nog iets anders dan effectief communiceren. Zijn eigen websites voldoen communicatief en marketingtechnisch aan weinig criteria die ik geleerd heb, maar blijkbaar brengen ze klanten genoeg binnen. Ik zou haar wel geadviseerd hebben hebben, al droeg mijn bemoeizucht bij aan mijn gevoel dat de wederzijdse inbreng in onze relatie ongelijk verdeeld was. Misschien is hij wel verstandiger en vast en zeker een stuk meer relatie-ervaren. Hij laat haar rustig aanmodderen, desnoods in de tuin en weigert zich hopelijk te ergeren of te generen, wellicht de basis voor een houdbare relatie al kan ik me niet voorstellen dat hem niet opvalt hoe ruimtevullend ze zich in een groep gedraagt en dat hem dat niet zou storen, Kaat staan hoe ze zichzelf voor schut zet tegenover zijn “kunstvrienden”. Dat kan alleen goed gaan als je zo weinig mogelijk met elkaar hebt. Zou hij er wat van zeggen en hoe reageert ze dan? En zou ze hem als ex-anorexia patiënt verteld hebben dat ze te rade gaat bij eetgoeroe Jesse van der Velde? Het boeit hem waarschijnlijk allemaal niet.
Het is mogelijk dat Ida en Herman, net als Lia en haar partner en Ida en ik na twee jaar samenzijn in de “gedoogfase” zijn terechtgekomen: de één wil zijn gezelschap niet opgeven, de ander haar materiële verworvenheden niet. Dat zou ook verklaren waarom Herman haar “zeer aangrijpende expositie” naar de tuin verbannen heeft. Met deze overdrijving geeft hij bovendien aan haar niet geheel serieus te nemen en tegelijk dat hij veel voor haar overheeft. Hij kondigt op zijn home-page een “indrukwekkende expositie” aan en posteert haar achter in de tuin, tussen het groen, letterlijk diep in zijn schaduw, ergo, net als ik neemt hij haar niet serieus en gaat evenmin het kritische gesprek aan. Als management-consultant moet hij een vlotte babbel hebben en prima in staat zijn een in wezen naïeve en beïnvloedbare persoonlijkheid als Ida knollen voor citroenen te verkopen. Hij weet precies hoe hij haar moet bespelen.
Hij wil haar uitingen van onverwerkt verleden niet als dissonant tussen zijn strakke glaskunst zien en is blij dat hij in een dag van haar tentoonstellingsambitie af is. Ze hebben er de ruimte voor. Zoals ik een schilderij van haar achter een gordijn heb hangen dat mooi is van lelijkheid, laat hij haar om de lieve vrede in de tuin scharrelen. De kritiekloze zelfoverschatting, zoals mijn buurkinderen hebben van acht en tien jaar als ze langs de deuren gaan om geld op te halen met een instrument dat ze vals bepingelen, hij kan het blijkbaar letterlijk bij haar laten, in de tuin. Haar expositie” valt voor hem in de categorie “gedoogsteun”. Omdat je d’r niet kwijt wilt, ga je d’r in Godsnaam maar gedogen, ook al is het achter in de in de diepe tuin of achter een gordijn. Kunst voor tussen de schuifdeuren, maar dan staat en hangt het tussen de bomen. En dat herken ik. Hij schaamt zich waarschijnlijk niet eens voor haar producties, zoals ik me soms wel voor haar schaamde, maar kon om het “samenzijn” niet weigeren en kritiek, of gesprek zal ook voor hem niet mogelijk zijn. En als je elkaar vrij genoeg laat, is elke confrontatie overbodig, zeker omdat ze geen kinderen hebben over wie strijd zou kunnen ontstaan. Ida en hij hebben volgens mij net zoveel als Ida en ik of Lia en haar Niek. Een opwekkende gedachte die het loslaten makkelijker maakt. Het kan haast niet, dat hij als intelligente kerel, haar als mens interessanter vindt dan ik, hij moet net als ik een andere agenda hebben, bijvoorbeeld een hang naar gezelligheid of een afkeer van alleen-wonen op een afgelegen plek. Neem je genoegen met Ida’s gezelschap, dan is een relatie met haar lang vol te houden; dat heb ik ervaren en het is ook te zien aan mijn eerste lief Lia die 15 jaar samen was met haar partner, zonder dat ze iets wezenlijks deelden. De modus: “Jij biedt mij gezelschap en ik geef jou de rest”, zoals ik dat voelde, was mij op een dag niet meer genoeg, maar misschien twijfelt Herman niet dag-dag-in-dag-uit aan de relatie, zoals ik heb gedaan en is er daardoor tussen hun wel iets van een vertrouwensbasis die tussen Ida en mij altijd heeft ontbroken en is alleen al daardoor de basis voor een bestendige relatie steviger. Anders zou hij vast niet met haar gaan samenwonen. Anderzijds loopt hij er weinig risico mee; zij woont immers in zijn huis.
Met haar naar de tuin verbannen heeft hij ook haar in gezelschap ruimtevullende aanwezigheid opgelost. Verder zal hij haar dan zo weinig mogelijk met zijn kunstvrienden in aanraking moeten brengen en dat is dan het begin van de oplossing voor het tweede probleem dat in Ida’s karakter ligt, namelijk dat ze vooral zichzelf inspireert. Als hij de relatie qua inbreng in evenwicht wil houden, zullen ze zo weinig mogelijk voor elkaar moeten doen en over hebben. Mocht hij als kunstenaar en management-consultant een egocentrische neiging hebben, dan is dat probleem ook opgelost. Ten slotte haar derde grote probleem, zoals ik dat ervaren heb: haar wens om het gesprek uit de weg te gaan. Mocht hij dat ook doen, dan ligt daar geen probleem, maar een overeenkomst. Zo zouden ze het samen lang kunnen volhouden.
Maar misschien is het bovenstaande allemaal wel overinterpretatie en hebben ze een soort vriendschap, waarbij ze elkaar zoveel mogelijk hun eigen ruimte en waarde laten; een vriensschap die tussen Ida en mij nooit is geweest; gewoon omdat we te graag een relatie wilden. Vermoedelijk is de uitkomst van een glaskunstwerk onvoorspelbaar en is het nauwelijks mogelijk een voorstudie te maken; een werkwijze die Ida op het lijf geschreven lijkt. Naast het materiële voordeel, delen Ida en Herman zo waarschijnlijk veel meer dan Ida en ik ooit hebben gedaan: het op een vergelijkbare manier creatief zijn; en niet te vergeten een vergelijkbaar intellectueel niveau, maar in het laatste zou ik me ook kunnen vergissen.
Nu het Ida zelfstandig niet lukt om erkenning te krijgen voor haar creatieve werk, is bijwagen zijn van een verdienstelijk amateurkunstenaar met galerie aan huis, ook goed. Ze afficheert zich anno 2019 ook zelf als “kunstenares”. Ze heeft als het ware zijn identiteit aangenomen. Het zou me niks verbazen dat ze speciaal voor hem gevallen is vanwege zijn kunstenaarschap. Uta Köbernick zingt over zichzelf (maar ze heeft dan ook het vermogen tot zelfkritiek): “Weil ich mirselbst ein Rätsel bin, löse ich mich in dein Wohlgefallen”. Ik hou niet voor niets van haar teksten. Beter kun je Ida’s levensonzekerheid en de gevolgen ervan niet typeren.
Van iemand met een laag zelfbeeld is ze doorgeschoten naar zelfoverschatting, kenmerk van Borderliner Ida: zwart-wit, een eigenschap waar ze bij het afscheid trots op leek te zijn. In z’n tijd paste de relatie perfect; zij kon in betrekkelijke veiligheid haar intellectuele en culturele bagage opbouwen en ik kon oefenen met een langdurige relatie, Dat er veel meer had kunnen zijn, als we maar met elkaar in gesprek waren geraakt, bijvoorbeeld troost en begrip voor de vergelijkbare gezinsverhoudingen, waaruit we kwamen, beseften we niet, Mede, dankzij mij, is Ida materieel hoog in de boom kunnen klimmen; ze blijft daarbij haar kenmerkende kwetsbare persoonlijkheid houden.
Beïnvloedbaarheid maakt het voor haar makkelijk zijn bijwagen te zijn en verklaart ook voor een deel de sterke afname van haar individuele internetactiviteit in de laatste jaren; ze heeft het niet meer nodig nu ze bloeit in zijn schaduw. Onder “Google afbeeldingen” zijn haar foto’s verdwenen, zelfs de door hem betaalde fotopresentatie, is slechts zijdelings en onderin de resultaten zichtbaar. Waar Ida haar zwaktes: “een creatieve duizendpoot” (voordat ze het bestaande af heeft, is ze al aan iets nieuws begonnen) en “Creatieve projectmanager” (ze krijgt geen letter gestructureerd op paper), afficheert als sterkten, ontbreekt elk vermogen tot zelfkritiek. Ze is een enthousiasmerend uitvoerder; ze zal als docent beeldende vorming prima voldoen. Ik bedekte haar geknutsel, dat zij ziet als kunst, met een schampere “mantel der liefde”. in ruil voor gezelschap, zal hij het wel bij haar laten en dat is beter.
Het kwalitatieve niveau van haar creatieve uitingen is vergelijkbaar met dat van de onaffe kinderverhaaltjes die ze 25 jaar geleden schreef en tevergeefs bij verschillende uitgeverijen aanbood. In die zin heeft ze weinig creatieve vooruitgang geboekt, ondanks opleiding Culturele en Kunstzinnige vorming. Hetzelfde kan gelden voor haar ontwikkeling als mens: ze dissocieert me acht jaar na relatie-einde nog steeds.
Materieel zal ze het beter hebben dan ooit te voren en hij kan het lijden, maar haar inbreng zal zo mogelijk nog geringer zijn dan in “onze” tijd, toen ze als vrouw in de bloei van haar leven was.
Ik vind de materieel georiënteerde keuze van mijn twee ex-vriendinnen wel opvallend, temeer ik ze ontmoette in een periode dat ze beiden behoefte hadden aan veiligheid en aandacht. Welke “prijs” Ida en haar partner betalen voor hun samenzijn, zoals Lia haar eigenheid moest opgeven en zich niet serieus genomen voelde in haar spirituele belangstelling, zal ik waarschijnlijk nooit te weten komen. Nieuwsgierig blijf ik er wel naar. Ik heb alle urls naar Ida’s internetactiviteit weggegooid, evenals de mappen met foto’s, filmpjes en andere bestanden. Ik denk dat het tijd wordt om alle andere fysieke herinneringen aan haar op te ruimen, zoals de tekening van mijn moeder, het pizza-bord en het billenbeeld. Het laatste zal ik t.z.t proberen aan haar terug te geven als ik per auto in de buurt ben. Ida is vergane glorie, al zag ik nog wel een paar stoere onderbenen onder een zelfgemaakt vest uitsteken. Kleren maken voor zichzelf, kan ze goed, behalve dan als het gaat om het knielange slobbervest dat ze aanhad, ook weer van de nooit eindigende voorraad paars-blauwe lapjes en stiksels. Ze slaagde er in elk geval perfect in het restant figuur dat ik altijd zo bewonderde te bedekken, op haar stoere kuiten na dan. Dan zal ze ook nog wel mooie benen hebben. Zie de film: Ida in haar ruime tuin. Dan rest nog dit weblog dat hopelijk nu af is, omdat er niets meer aan toe te voegen valt.
15 mei 2018
Ook na de derde confrontatie met de oprechte desinteresse van een borderliner, blijft het machteloze verdriet om haar onbereikbaarheid en de gevoelens van rouw om het definitieve afscheid in golven terugkomen. Als brandend maagzuur. Het voelt alsof ik haar geslagen en verkracht zou hebben, hoewel ik besef dat ze aan haar dissociatieve houding ook niet veel kan veranderen. Ik hoop dat ik definitief afstand kan nemen, als ik haar lang genoeg niet zie of spreek, zoals de tijd ook het verlies van Bobo draaglijk heeft gemaakt. Eigenlijk zou ik blij voor haar moeten zijn, omdat Herman haar financieel uit de wind kan houden als de Borderline-stoornis Ida weer eens haar baan kost. iets wat ik haar nooit had kunnen geven. Ze zit er levenslang zichzelf mee dwars, niet mij. Ze is mijn vriendin en mijn zorg niet meer.
Maar hoe komt het dat ik ook bijna acht jaar na het relatie-einde en 22 jaar na Bobo’s dood niet kan relativeren en niet zonder meer dankbaar kan zijn om wat er wel was. Het leidt tot een overheersende verliesangst en, als gevolg daarvan hechtingsangst met als (voorlopige) uitkomst dat ik geen relatie meer durf aan te gaan met waarschijnlijk eenzaamheid tot gevolg op den duur. Wat zijn de onderliggende oorzaken en hoe dit te doorbreken? Of heb ik uiteindelijk geen zin om rekenschap en verantwoording af te leggen, ben ik te snel verveeld bij een ander en ben ik inderdaad het liefst alleen? In therapie gaan en zo ja welke?
19 mei 21018
Sinds de relatie met mij heeft Ida wat de materiële en intellectuele omgeving betreft waarin ze verkeert, grote vooruitgang geboekt. Voor haar veertigste viel ze voor stoere motorjongens, bezocht ze de TT in Assen en had ze een langdurige relatie met een bewaker. Mede onder invloed van mij, begon ze erna, grotendeels naast haar werk, met allerlei opleidingen, die ze afrondde en waarvoor ik veel bewondering heb. In sociaal-maatschappelijk en materieel opzicht heeft ze na haar veertigste grote vooruitgang geboekt. Het zet haar bijdrage aan mijn ontwikkeling in een nog schriller daglicht en maakt haar dissociatieve gedrag des te onbegrijpelijker voor mij.
21 mei 2018
Ongelooflijk, hoe ik de dissociatieve aspecten van haar karakter tot de ontmoeting in Woudrichem niet heb gezien en dat ik acht jaar na relatie-einde pas begrijp dat haar houding van doodverklaring, haar en mijn leven lang zal blijven duren en dat er voor mij niets anders opzit zoveel mogelijk afstand van haar te nemen om dit besef draaglijk maken. Eindelijk vond ik de gisteren de moed om het “pizza-bord”: Arthur-Ida en de twee verstrengelde figuurtjes in een plastic tas tegen de buitenmuur te slingeren. Ik heb het horen breken, maar slechts in een flits een paar scherven gezien. Ze had het toch met aandacht gemaakt, vooral om zichzelf een plezier te doen.
Het billenbeeld is op de post gegaan. Het woog, samen met de afdruk van haar voet nog net geen 23 kilo. Overmorgen komt het bij haar aan. Het definitieve afscheid. ik kan wel huilen.
Het tekstje dat ik op een begeleidend kaartje schreef luide:
“Beste Ida,
Hierbij de hartvormen retour die je ooit lijfelijk voor me gemodelleerd hebt en die ik mateloos bewonderde. Ze vormen een afdruk en indruk van een herinnering die ik wil afronden. Bij deze is hij terug bij jou.”
Ik heb haar ontmoet in een periode dat ze zich ultra vrouwelijk ging voelen; iets dat ik in haar gestimuleerd heb. Ik sprak haar aan op haar vrouwelijkheid en koesterde dat, ook omdat ik toen al zag dat ze me verder weinig inspirerends te bieden had. Bij stukjes en beetjes ging het te lange haar eraf, waardoor haar krullen terugkwamen, ze werd ronder en voller en haar borsten werden groter, waarmee ze super verguld was. Het billenbeeld was daar de weerslag van. Dat was speciaal voor mij en nu weer terug bij de vrouw die ik er niet meer in herken. Toch ben ik er dankbaar voor. Jammer alleen, dat ik zo lang moest worstelen om het te zien en te ervaren en dat ik ervoor afscheid moest nemen van het beeld dat ik zo mooi vond en vind. Ik kan het met mijn ogen dicht nog steeds zien en de rondingen haast voelen, maar pas nu het weg is. Spijt heb ik er niet van Deze gevoelens blijken los te kunnen staan van de dissociërende vrouw die ze is. Eindelijk vrij. (misschien symbolisch dat ik je verjaardag straal vergeten was).
Teruggrijpend op Ida’s anorexia-verleden, is het waarschijnlijk dat ze zich steeds verder heeft teruggetrokken in een emotionele fantasiewereld, waar ze goeddeels onbereikbaar is en zelf de baas. Het zou veel verklaren: dat hij zich niet bemoeit met haar websites, haar “zakelijke inspanningen”, haar CV vol ditjes en datjes. haar kunstenaarschap en haar blijvend gebrek aan zelfinzicht. Het maakt ook de verweking van haar trauma’s overbodig.
23 mei 2018
Bijna acht jaar na de relatie realiseer ik me voor het eerst dat de Borderline-aspecten van Ida’s karakter, in het bijzonder de dissociatie. een probleem vormen voor Ida zelf en de mensen in haar omgeving, en het mij slechts pijn heeft gedaan, omdat ik het niet wist en daarna omdat ik het ondanks het weten, niet kon, of wilde geloven (de realiteit van “eens een borderliner, altijd een borderliner” niet onder ogen wilde zien). Gewoon omdat het verschil tussen de Ida met wie ik een relatie had gehad en de Borderliner, die ik na afloop van de relatie leerde kennen, te groot voor me was om te bevatten. Ik moet het besef vasthouden dat ik dankzij haar de ervaring heb opgedaan van een langdurige lat-relatie met alles erop en eraan van gezelligheid, aandachtige seks tot sleur, gedurige twijfel en intellectuele verveling. Ik hoef haar niet dankbaar te zijn, maar moet mezelf gedurig voorhouden: dat haar dissociatieve houding vooral haarzelf tot last zal zijn in de omgang met anderen, het veel over haar en niets over mij zegt en het mij dus alleen pijn doet en heeft gedaan, voor zover ik mij haar dissociatie aantrek en eigen maak. En dat heb ik veel te lang gedaan. Laat het haar probleem zijn en niet het mijne. Ze kan er waarschijnlijk ook niks aan doen of veranderen. Dit inzicht kan me ook helpen teleurstellingen in eventuele toekomstige relaties sneller te verwerken.
25 mei 2018
Vandaag overvielen me meerdere korte huilbuien, zoals ik die wel vaker heb. Op het werk en op straat. Huilbuien om alles en iedereen die ik al verloren heb, een tante die verward en beginnend dement is, Ida die ik nooit meer zal bereiken. Hoewel het definitieve afscheid van haar materiële aandenkens ruimte schept in mijn hoofd en in mijn huis, is het gevoel van machteloosheid latent aanwezig. De onmacht Ida te bereiken en het besef haar nooit bereikt te hebben, mijn tante die ik niet echt kan helpen; vrienden die al dood zijn. Het leidt tot permanent onderhuids verdriet, dat onverwachts losbreekt. Het enige antwoord om het te beperken dat ik tot nu toe gevonden heb, is uit vrije wil geen binding meer aan te gaan onder het motto: “waaraan ik me niet hecht, kan ik ook niet verliezen”? Cynisch misschien en ik weet ook niet of deze houding me de afgelopen jaren verdriet bespaard heeft, want ook zonder binding heb ik me al verdrietig genoeg gevoeld.
10 juni 2019 (naar aanleiding van een boek van Ida’s zus)
Terwijl ik dit opschrijf, realiseer ik me dat dit de verjaardag is van Ida’s moeder die 81 zou zijn geworden, maar al weer bijna 7 jaar dood is. Ida’s vader is bijna twaalf jaar dood en vandaag ben ik begonnen aan het boek dat is geschreven door Ida’s jongste zus Mariël over het seksueel misbruik dat ze ervaren zegt te hebben vanaf haar derde jaar tot haar vijftiende. Het gaat in eerste instantie om een “hervonden herinnering”, volgens eigen zeggen. Ze schreef het boek volgens de methode van “het levenswiel” en het lijkt daarmee eerder een boek voor therapeuten dan voor incestslachtoffers.
In de weblogs die ze eerder schreef over de incest, gepleegd door vader, lijkt ze openhartiger dan in het boek. Op haar blog laat ze bijvoorbeeld weten, dat haar zus, en mijn ex-partner, aanvankelijk afstand nam van het misbruikverhaal; in haar boek spreekt ze over een “naast familielid”. Weblog en boek schreef ze niet onder pseudoniem, dus het misbruik is voor familie, vrienden, bekenden en geïnteresseerden die goed kunnen Googlen direct herleidbaar tot persoon en naam van haar vader. In mijn optiek daarom niet vreemd dat Ida tijdelijk afstand nam; het betreft immers ook haar vader, en moeder die niets ondernomen lijkt te hebben om het misbruik te stoppen. De publicatie van boek in 2018 en de eerdere weblogs lijken daarmee niet alleen een poging tot verwerking van de incestervaringen, maar ook een weloverwogen wraakoefening op moeder, maar vooral vader. Beiden kunnen zich niet meer verdedigen of verantwoorden. Zo bezien lovenswaardig, dat ze binnen het gezin van drie oudere broers en een zus, geen tegenstanders of twijfelaars meer lijkt te hebben.
Ida’s vader is ten tijde van het verschijnen van dit boek al meer dan 10 jaar dood; ook voor deze man zou, tenminste op Internet het recht moeten gelden om “vergeten” en niet in naam beschadigd te worden, maar ook de beide onderstaande advertenties vind ik in augustus 2019 nog via Mensenlinq.


Behalve dat ze in haar boek minder details lijkt te gaan prijsgeven dan ze in haar weblog deed, is het gebruik van de kapstok van “het levenswiel”, wellicht ook bedoeld om zoveel mogelijk objectieve distantie tot haar incestverleden te krijgen, om zo de emoties te omzeilen. En de werkelijkheid omzeilen konden ze in het gezin zo goed, dat mij het onderlinge stilzwijgen al opviel tijdens de allereerste ontmoeting met het gezin, nu ruim 15 jaar geleden. Ik wist dat er iets “raars” was dat niet besproken mocht worden, maar ik begreep niet wat dat was. Ik sprak Ida erop aan, maar weet haar reactie niet meer. Ik zag 10 jaar eerder dan zij de onderlinge verkramping, waaraan het gezin allang gewend moet zijn geweest, maar ik als buitenstaander niet. Niemand was toen op de hoogte van het misbruik, wellicht Mariël zelf ook nog niet; dat is me vooralsnog niet duidelijk. op pagina 33 schrijft ze zelf: “De gevolgen van incest zijn enorm, voor het kind dat slachtoffer is, voor de andere gezinsleden en de omgeving. Er is een geheim. Dat geheim is voor iedereen voelbaar en een bron van spanning, zelfs als men zich er niet van bewust is. Het was mijn observatie van destijds, maar ik was me er als buitenstaander terdege van bewust. En op p. 36 schrijft ze: “Elk gezinslid is bezig zelf te overleven […], onderlinge communicatie is moeilijk” en op p. 39: “Mijn vader bepaalt alles in het gezin”. Dit alles heb ik haarscherp gezien en naar Ida benoemd. Voor zover ik me herinner, leidde dat bij haar niet tot openheid die aanleiding kon zijn voor een gesprek. Ida volhardde ook naar mij toe in het wantrouwende stilzwijgen, waaraan ze in gezinsverband gewend was geraakt en dat een overlevingsmechanisme bood. Het troost me dat haar zus mijn observaties onomwonden bevestigt, ookal heeft ze een andere positie. Het laat me zien hoe scherp en accuraat mijn observaties destijds al waren. Dat geldt waarschijnlijk ook omtrent mijn andere constateringen over Ida en haar persoonlijkheid. De angst voor een onberekenbare vader die sloeg, herken ik en had Ida en mij kunnen binden, maar zij deed altijd of het alleen haar twee jongere broers overkwam. Mariël vertelt een ander verhaal. Ik ben pas ver na afloop van de relatie gaan beseffen hoeveel Ida en ik in wezen gemeenschappelijk hadden kunnen hebben, mits we het in elkaar herkend hadden. Het interesseerde haar kennelijk niet, en de wederzijdse openheid en het vertrouwen ontbrak, vermoedelijk omdat ze daarvoor teveel door zichzelf in beslag genomen werd en ik haar onberekenbaarheid niet wilde triggeren. Over Ida schrijft ze op p. 40: “Mijn zus zien we haast niet; ze vlucht in drank, sigaretten en mannen.” Dat wist ik al van haarzelf, maar dan wat minder stellig. Dan was ze, toen ik haar ontmoette toch aardig tot rust gekomen en kan ik alleen maar constateren dat we in de enig juiste tijd een relatie hadden. Wel laat deze observatie haarscherp zien dat Ida de confrontatie met zichzelf en anderen al vroeg uit de weg ging en dat altijd zal blijven doen. En op p. 42: “dat haar zus productiewerk doet en niet wil studeren en dat haar ouders zich daarvoor schamen”. Ook dat kleineren van een kind herken ik; dat is mijn stiefzus overkomen. Overigens vertelde Ida mij het tegenovergestelde verhaal, namelijk dat ze niet mocht studeren, althans dat haar ouders geen zin zouden hebben gehad om een opleiding voor haar te betalen. Het een hoeft niet in tegenspraak te zijn met het ander: Ida was in haar jeugd, naar eigen zeggen, recalcitrant en daardoor kan bij haar ouders het vertrouwen ontbroken hebben om geld uit ter geven aan een opleiding. Mariël op p. 44: “Wat Ik voel en wil, dat weet ik niet. Ik heb geen eigen identiteit. […] Ik weet niet wat ik wil en probeer daarom te voldoen aan de verwachtingen van anderen. Het gebrek aan identiteit is ook kenmerkend voor Ida, dat maakt dat ze desperaat op zoek is naar erkenning. Voldoen aan de verwachtingen van anderen herken ik niet bij haar; eerder het tegendeel. Dat past ook meer bij haar recalcitrante jeugd. Het boek lezende, realiseer ik me plotseling, dat Mariël het slachtofferschap aks identiteit heeft aangenomen en dat goeddeels hetzelfde geldt voor mijn eigen moeder en twee zussen. Slachtofferschap als veilige bondgenoot waar je naar believen een beroep op kunt doen en waarmee al het levensongenoegen kan worden verklaard. In het geval van Mariël krijgt, met terugwerkende kracht, het hele gezin de schuld. Zij is alleen maar goed om te redderen, een soort Assepoester, zij het dat ze deels verantwoordelijkheid lijkt te nemen dat ze hierin is meegegaan om, bij gebrek aan eigen identiteit te voldoen aan de verwachtingen van anderen. Het gebrek aan identiteitsontwikkeling is vermoedelijk weer wel de schuld van moeder die een overmatig beroep op haar deed, als van vader die haar misbruikte. Een consistent verhaal tot nu toe. “Van mijn twintigste tot mijn zesentwintigste jaar leunt mijn zus zwaar op mij (Ida is acht jaar ouder, het moet dus zijn doorgegaan tot en met de periode dat Ida door anorexia helemaal uit het lood sloeg, 1995). Ze belde me vaak op en stortte dan haar hart uit”. […] Door de incest heb ik niet geleerd grenzen te stellen.” (p. 45). Na de dood van Ida’s moeder eind 2012, schrijft ze op p. 47: “Ieder gezinslid is vooral bezig met overleven en erg gericht op zichzelf. […] We praten niet over problemen; conflicten praten we niet uit. Ontkenning is onze overlevingsstrategie.” Allemaal o, zo herkenbaar in mijn relatie met Ida. Ook volledig herkenbaar is wat Mariël schrijft in verband met haar relatie: “Ik heb nog steeds fysieke reserves; ik heb de controle; ik bepaal wat er gebeurt, hoe nabij hij mag komen. Het overlevingsmechanisme om in controle te zijn, zit diep verankerd in mijn lichaam”. En over vriendschap: “Het aangaan en onderhouden van vriendschappen is vaak moeilijk. De overlever heeft moeite met grenzen stellen”. Dat geldt zeker ook voor Ida, al lukte haar het grenzen stellen naar mij prima. Mij als partner confronteren met de blokkades van de opgelopen trauma’s, lukte Ida goed, zoals Mariël dat ook beschrijft in de relatie met haar eigen partner.
In het tweede hoofdstuk beschrijft ze de geslotenheid van de”Samen-op-weg”-kerk, waarmee ze is opgevoed en die volgens haar het seksueel misbruik tenminste zou hebben gefaciliteerd, in die zin dat het binnen de geloofsgemeenschap zou zijn toegedekt. Ze legt daarmee een directe link met de misbruikschandalen die in de katholieke kerk konden plaatsvinden. Ze acht zich daarmee impliciet, behalve van haar vader ook slachtoffer van de omstandigheid dat ze uit een gelovige omgeving komt, ja zelfs dat het seksueel misbruik “met de mantel der liefde” werd bedekt, Voor zover ik me herinner heeft Ida zich nooit uitgelaten over de geloofstrengheid in haar jeugd met bidden voor het eten en een zwemverbod op zondag, of het moest zijn dat Ida zich daar als op één na oudste binnen het gezin en, volgens eigen zeggen, recalcitrant kind, al jong aan dit gezinsregime onttrokken hebben.
P. 83: “In vriendschap is geven en ontvangen belangrijk. De overlever heeft niet geleerd te geven, er is alleen maar genomen. Ontvangen kan besmet zijn als er sprake was van beloning
in ruil voor misbruik, in welke vorm dan ook. Een gelijkwaardige relatie aangaan is daardoor vrijwel onmogelijk.” Ze refereert ook nog aan controlebehoefte, claimgedrag uit angst om te verliezen en een laag zelfbeeld. Het claimgedrag heb ik bij Ida niet ervaren wel
een laag zelfbeeld (vooral beseft na afloop van de relatie en controlebehoefte (vooral wat haar seksuele grenzen aanging). Dan gaat Mariël uitgebreid in op het gepest worden, iets dat Ida ook overkomen is, zeker op de werkvloer. Mariël affilieert zich vooral als slachtoffer: van vader, van moeder en van vriendjes, volgt hypnotherapie en andere vormen, maar steeds heb ik de indruk dat het om “hervonden herinneringen” gaat. Dit is met name prangend, omdat ze op p. 179 schrijft: “Jaren later, als ik besef dat ik ben misbruikt door mijn eigen vader…”.
Over de gevolgen van incest op de vrije tijd; één-op-één van toepassing op Ida: “veel sporten met hoge prestatiedrang” en “zich afzetten tegen de ouders en het gezag” (In Ida’s
geval: school). Ze deed daarmee het tegenovergestelde van Mariël, die juist de hulpvaardigheid zelve zegde te zijn.
Het feit dat het boek evengoed over Ida had kunnen gaan
als over Mariël kan twee dingen betekenen: of Ida heeft in familiekring en haar verdere sociale omgeving vrijwel hetzelfde meegemaakt, wat afgezien van het seksueel misbruik door
vader, ook zo is, inclusief onveiligheid thuis, verkrachting door vriendjes, gepest worden, onvermogen grenzen te stellen, weinig vriendschappen en een laag zelfbeeld, of de mogelijke
emotionele reacties op seksueel misbruik zijn zo algemeen geformuleerd, dat ze op bijna elk levenstrauma van toepassing zijn.
Over werk: “De overlever heeft vaak een CV met vele korte dienstverbanden”.
Het kernverschil tussen de twee zussen lijkt te zijn dat Ida een afhaker en Mariël een aanhaker is, Mariel een perfectionist en Ida een rommelaar die snel is afgeleid en verveeld. Zelfkritiek, kun je in dit boek hooguit tussen de regels lezen, aloverheersend is het slachtofferschap.
Op p. 154 spreekt ze over “borderline, dissociatieve stoornissen en eetproblemen” als gevolg van incest. Ik begin op basis van dit alles en mijn eigen ervaring met Ida’s en seksuele gereserveerdheid, te geloven dat het seksueel misbruik waarmee ze te maken heeft gehad veel traumatischer was en veel verder ging, dan ze mij heeft verteld of wilde doen geloven.
Mariël is als antwoord hierop, volgens eigen zeggen, een pleaser geweest: Ida, in mijn beleving een vluchter geworden,
een zwijger, bang voor confrontatie en welke vorm dan ook. Op p. 158: “Aandacht verwar ik met liefde”, ook kenmerkend voor Ida.
Mariël onthult geen details van het misbruik, samen met de “hervonden herinneringen”, haar “hypersensitiviteit”, de spirituele sessies, therapieën en haar hang naar de slachtofferrol, vraag ik me af wat de waarheidsgehalte van dit boek is, of er bijvoorbeeld werkelijk sprake is geweest van verkrachting door vader. Er wordt me niet duidelijk hoe lang het seksueel misbruik heeft geduurd en wanneer het heeft plaatsgevonden: in elk geval vanaf haar derde, zo concludeert ze naar aanleiding van een “hervonden herinnering”. Op haar weblog schrijft ze over “een grote, zwabberende penis”.
De parallellen tussen Mariël en zus Ida zijn in dit boek zo onontkoombaar treffend, zij het dan dat Mariël aan verwerking heeft gedaan en Ida aan wegstoppen, waarbij Ida nog Anorexia heeft gehad, dat ik de stelling aandurf dat Ida ook door vader is misbruikt, maar dit bewust “vergeten” is. Dit past perfect bij haar strategie van ontkenning en doodzwijgen. Op basis van dit boek concludeer ik dat Ida nog veel dieper getraumatiseerd is dan ik ooit voor mogelijk heb gehouden en dat daar voor een partner alleen mee om te gaan is, als ze leren “vakkundig” langs elkaar heen te leven. Voor Ida een ideaal scenario, omdat ze zo de confrontatie met zichzelf en anderen blijvend uit de weg kan gaan.
Bovendien dat Ida’s houding binnen het gezin diametraal tegenover die van Mariël moet hebben gestaan. Mariël afficheert zich als gever, Ida was een vluchter, zoals ik haar heb leren kennen “een ontwijker”, en iemand die veel meer aandacht vroeg dan ze te geven had, ook van buitenstaanders. Ook daar lijkt “langs elkaar heen leven” het enig reële antwoord voor een partner.
29 mei 2018
Ida bracht naast gezelligheid en aandachtige seks, extra emotionele belasting van onverwerkte trauma’s de relatie mee in, een matige intelligentie en weinig culturele bagage weinig opleiding; alles wat ik al kende van familie vrienden, kennissen en het middenstandsmilieu waar ik uit kom. Zelfs de ruimtevullende aanwezigheid deelt ze met mijn zus, al is die van mijn zus negatief geladen met met “zelfmoord en zelfhaat” en vult Ida de ruimte van zichzelf en anderen met schaamteloos gebabbel over zichzelf en haar bezigheden zonder enigetot zelfrelativering. Ze had me weinig te bieden wat kon bijdragen aan mijn persoonlijke groei. Meer van wat ik al van thuis kende, tot aan dezelfde muffe popmuziek in de kast. Een jaar nadat ik afscheid van haar nam, schoof ik iedereen aan de kant die geen meerwaarde had of belastend was: een eisende zus, een manisch depressieve vriend, een Marokkaans vrijwilligerscontact en twee vriendinnen, allemaal mensen zonder meerwaarde voor mij of emotioneel belastend. De breuk met Ida had me sterk genoeg gemaakt om nog meer grenzen te stellen. Ik moet Ida een plek leren geven als herinnering aan gezelligheid en aandachtige seks, zonder meer, want dat was wat er was.
24 april 2020
Ondanks een jarenlange relatie na die net mij, lijkt het erop dat Ida almaar meer in een éénpersoonsrealiteit terecht is gekomen, waarin ze zelf bepaalt wie ze wil zijn, bijvoorbeeld beeldend kunstenaar. Haar manier om controle te houden over een leven na Anorexia. Daartoe dienen ook al haar strategieën om de confrontatie met anderen en zichzelf en het gesprek uit de weg te gaan. Blijkbaar is haar vriend niet in staat geweest deze persoonlijkheidsontwikkeling te temperen, of interesseerde hem dat niet. Het zou aansluiten bij mijn “wederzijds overeengekomen onverschillighheidsthese”, die hun relatie kan hebben gekenmerkt om zo de confrontatie uit de weg te gaan en de lieve vrede te bewaren. Het begin van haar neiging tot éénpersoonsrealisme zag ik tijdens onze laatste vakantie in 2010 toen ze schaamteloos doorbabbelde over har creatieve activiteiten tegen een stel Haburgse mede-campinggangers. Het lijkt 10 jaar later steeds manifester geworden. Misschien is het ook wel veelzeggend dat ze, althans destijds, maar één vriendin had.
Als introductie van jezelf schrijf je op je kindercoach-website: “Als kind kon ik heerlijk wegdromen en uitte ik mij via tekeningen, andere creatieve vormen en spel, om zo de wereld om mij heen beter te kunnen begrijpen. Ik was in die zin ‘anders’.” Het laat zien dat je zozeer door jezelf in beslag genomen wordt dat je over het hoofd ziet dat wat je schrijft geldt voor alle gezonde kinderen. Waarschijnlijk bedoel je te zeggen dat je dat nu nog doet en om dat de bedding van normaliteit te geven, noem je het nu kunstenaarschap. Je bent inderdaad anders’, wanneer je “creatieve vormen” verwart met kunst, maar het past precies in het plaatje van de dissociërende borderliner, zonder vermogen tot zelfrelativering, die om de waan van haar éénpersoonsrealiteit overeind te kunnen houden alle kritiek smoort in contramine, ontkenning, persoonlijke aanvallen of stilzwijgen.
Op haar Facebookpagina “Cirkelkledeng” waar op moment van schrijven al twee jaar niets meer aan gedaan is, geeft ze er ook blijk van: “de expositie Family & Violence in de tuin van glaskunstenaar Herman Marissen. Een bijzondere ervaring met persoonlijke verhalen door Ida Dijkstra. Vormgegeven in aangrijpende beelden. ‘Het raakt, het komt echt binnen.” Getuigenis van een schaamteloos gebrek aan zelfrelativering, in mijn optiek.
De éénpersoonsrealiteit kan ze alleen handhaven door het gesprek net andere volwassenen uit de weg te gaan, omdat ze diep in haar hart wel zal beseffen dat er “iets niet klopt” en dat anderen een andere werkelijkheid zien dan zij. Vragen ernaar, zou funest zijn voor haar zelfbeeld van “kunstenares”. Maar dit zelfbedrog dient haar blijkbaar voldoende om het leven aan te kunnen.
Ida geeft in haar eigen realiteit lezingen, is kunstenaar, kinder- en agressiecoach, en in werkelijkheid opgeleid tot docent creatieve vorming en kan ze zich ternauwernood handhaven op een werkplek.
Als partner kun je hier mee omgaan zoals ik deed: bedekken met de mantel der liefde ten koste van veel ergernis en schaamte tot elk gesprek overbodig is en je de relatie moet beëindigen, of zoals Herman Marissen vermoedelijk deed: zich hullen in onverschilligheid en als de pogingen om haar serieus te nemen definitief zijn gestrand, haar expositiedrift beperken tot de tuin en deze vervolgens aankondigen als “zeer aangrijpend”, wat vermoedelijk aangeeft dat hij daadwerkelijk met haar en haar onverwerkt verleden te doen had, zonder haar serieus te willen nemen en zonder zijn eigen galerie te willen compromitteren met haar “kunst”. Hij moet zich net als ik geërgerd hebben aan haar flodderwerk en dito presentatie.
29 november 2020
Oh, ironie: meer dan 17 jaar na onze eerste ontmoeting bij een poëziemanifestatie, moet ik weer in Beuningen zijn; ditmaal niet voor een hoopvolle ontmoeting met de liefde, het begin van ons samenzijn, maar voor een uitvaart. Ironisch, omdat doodzwijgen en doodverklaren één van jouw meest uitgesproken eigenschappen is waarmee ik te stellen heb gekregen. Beuningen of all places, waar ik sindsdien nooit meer ben geweest. Maar het moet zo zijn. Misschien kan ik de herinnering aan jou langs deze symbolische weg, definitief een plek geven, zodat dit blog eindelijk een einde krijgt. Wie weet, kan ik je meebegraven; in elk geval, mag ik volgende week nog een keer vrijelijk om je rouwen. Niemand die dat gek vindt in een uitvaartcentrum met allemaal verdrietige mensen.
30 november 2020
Volgens haar Linkidin-profiel Werkt ze bij het Koning Willem I-college in Oirschot. een kleine gemeente ten westen van Best, ongeveer even groot als het dorp Sint-Oedenrode, waar ze lang woonde. Het college heeft er echter heen vestiging. alle kans dus dat ze in Oirschot woont.
8 december 2020
Wat in ingedikte vorm uit Ida;s internetgedrag naar voren komt, en waarvoor ik minder oog had toen we nog een relatie hadden, is dat ze voortdurend aan iets nieuws begint, voordat ze heeft afgerond waarmee ze bezig was. Hiermee kun je talloze negatieve karakternoties verbinden, hoofdzaak is dat ze zich er zelf levenslang mee dupeert, met een arbeidsmatige carrière van twaalf ambachten en dertien ongelukken en dat heb ik jaren geleden al geconstateerd en opgeschreven.
9 januari 2021
Anno 2021 ben ik tot het inzicht gekomen dat niet alleen Ida zich heeft teruggetrokken in een éénpersoonsrealiteit, waarin ze is wie ze wil zijn: vrijgevestigd kindercoach en kunstenaar, maar ook mijn eerste lief, die sinds ze geen relatie meer heeft, niet gelooft in de ernst van Corona, zich bij een anti-beweging heeft aangesloten, een loopje neemt met de mondkapjesplicht met behulp van een valse doktersverklaring, gelooft in complottheorieën en plannen heeft in een commune te gaan wonen. Zij heeft, volgens eigen zeggen, vermoedelijk, net als Ida, een vorm van Borderline. En er is nog een vroegere vriend die zich braaf verontschuldigt voor het feit dat “hij niet kan luisteren”, ingefluisterd door zijn psychiater, zonder dat hij er ook maar iets aan kan veranderen en zich musicus waant. Hij heeft een geconstateerde bipolaire stoornis, zoals Ida een borderliniediagnose heeft, die als de beste weet te benoemen wat de kenmerken van de stoornis zijn, zonder dat ze ook maar in staat is iets te doen aan hetgeen waarmee zij behept is, zoals driftbuien, stemmingswisselingen, naïviteit, beïnvloedbaarheid en wispelturigheid. Over de hardste eigenschap die ik van haar heb leren kennen: haar dissociatief vermogen, nog maar te zwijgen.
13 februari 2021
Om controle over het leven te houden hebben Peter Klier en Ida zich gaandeweg teruggetrokken in een éénpersoonsrealiteit, ofwel fantasiewereld, waarin ze zelf de baas zijn en kunnen zijn wie ze willen (respectievelijk muzikant of kunstenaar en zelfstandig kindercoach). Aan Ida’s CV kun je zien dat in de loop der jaren het aantal zelfstandige en uitvergrote functies is toegenomen. Beiden willen zo graag vertellen over alles wat xze doen en zijn in hun persoonlijke realiteit, dat ze vergeten te luisteren en dat ook niet (meer) kunnen. Dat is hun belangrijkste overeenkomst en omdat ze die eigenschap onbewust in elkaar herkenden, mochten ze elkaar absoluut niet. En wat meer is: waar twee mensen niet kunnen luisteren, luistert niemand.
21 maart 2021
Na twee jaar samenwoonrelatie, blijken ze schoon opgebruikt. Dat gold, volgens eigen zeggen voor de eerste met Rob van Den Akker, die ze desondanks nog vier jaar volhield, maar ook voor de laatste. Toen ik haar voor de tweede keer kort ontmoette na ons afscheid in 2010, tijdens haar expositie in de tuin van haar partner, op 10 mei 2018 en ze naar eigen zeggen “sinds twee jaar samenwoonde”, bleek ook daar de wederzijdse interesse al volkomen verdwenen, hoewel dat samenwonen nog anderhalf jaar voortduurde. Ook mijn relatie met Ida was na twee jaar helemaal op, hoewel ik het nog meer dan vijf jaar met haar doorging, omdat ik haar niet durfde teleurstellen. Maximaal twee jaar op een werkplek en nooit in aanmerking komen voor een vast contract. Twee jaar, ook dat lijkt een patroon in Ida’s leven, en daarna is de energie op. Zo bezien, is het behalen en afronden van de opleiding CKV een prestatie van formaat geweest.
Ik denk dat Ida zich vanaf het einde van onze relatie heel goed realiseerde dat ik haar fantasiewereldje en zelfgeproclameerde creativiteit, nooit serieus heb genomen en dat ik, mede doordat ik haar beter heb leren kennen dan wie ook, in staat zou zijn haar éénpersoonswerkelijkheid, waarin ze zich gaandeweg heeft teruggetrokken, te ontmantelen. Dus naast dissociatie, verbonden met borderline, is haar afweer naar mij toe ook verklaarbaar door angst, angst die ze in principe naar alle volwassenen heeft, omdat ze haar zouden kunnen pesten of met de alledaagse werkelijkheid confronteren, die ze niet baaskan. Feitelijk pas ik vooral in de afkeer van en angst voor alle andere volwassenen, maar ik ben, in potentie, een nog grotere bedreiging voor haar dan buurtgenoten, leidinggevenden of collega’s. Die weten niet wie xe is en het interesseert hun ook niet.
23 mei 2021
Terwijl ik mijn rondje liep door par Bloeyendael en de Voorveldse polder, realiseerde ik me dat je vandaag 59 bent geworden. Ik moest hert hele volgende wandeluur aan je denken en werd steed somberder en verdrietiger. Ik verlang niet naar Ida die vanaf het laatte jaar van de relatie zo goed “nee” kon zeggen, en die ik via haar Internetgedrag steeds beter heb leren kennen, maar mis de gezelligheid van het voor ons koken en de aandachtige momenten. Het is al 1l jaar geleden dat we elkaar voor het laatst in genegenheid aanzagen en dat ik überhaupt een vrouw “graag zag”. Het huilen stond en staat me nader dan het lachen.
De knelpunten
- Ik gaf haar aandacht, toen ze dat uiteindelijk ook elders kon vinden was mijn rol uitgespeeld.
- Ik vond haar als mens niet interessant genoeg. Ze afficheert zich anno 2019 als kunstenaar, hoewel ze tot nu toe een enkele aardige schoudertas heeft geproduceerd (haar gebrek aan zelfkritiek, riep bij mij steeds meer schaamte op).
- Ik ervaarde de relatie steeds meer als een eenzijdige investering, tegenover mijn “aandacht”, kreeg ik steeds meer oog voor haar met-zichzelf-bezig-zijn uitmondend in het besef dat ze er niet voor mij zou zijn, mocht ik haar nodig hebben. Uitgezonderd de seks, stroomde de aandacht één kant op.
Zwijgen
Alles overziende had Ida als mens drie mindere eigenschappen: zwijgen, verzwijgen en doodzwijgen.
EINDE
